Hartelijk welkom op de website van ds. Bas van der Graaf, predikant van de Jeruzalemkerk in Amsterdam-West. Deze site bevat de teksten van preken, lezingen en artikelen. Ik hoop dat u er iets aan heeft. Uiteraard zijn de teksten pro Deo, maar als u ze waardeert, wilt u dan een gift voor het werk in de Jeruzalemkerk overwegen? U kunt die overmaken op postbankrekeningnummer 47.57.390 t.n.v. 'Protestantse Gemeente (inzake Jeruzalemkerk)'. Hartelijk dank!
| Psalm 32 Opbiechten of wegstoppen? |
|
|
|
|
Preek in de dienst voor belangstellenden op zondag 12 maart 2006 in de St. Janskerk te Gouda, door ds. Bas van der Graaf Lieve gasten, gemeente,Schuldgevoel. Hebt u daar ook wel eens last van? Ze zeggen dat vooral vrouwen er last van hebben. Tenminste: dat las ik in de Libelle. Daar zei een psychologe: ‘Als er iets is waar wij vrouwen over kunnen meepraten, dan is het wel over ons schuldig voelen. Omdat we vinden dat we door onze baan niet genoeg tijd kunnen besteden aan de kinderen, bijvoorbeeld. Omdat we niet vaak genoeg bij onze ouders op bezoek gaan. Omdat we ruzie hebben gemaakt met onze partner. Of omdat we zijn gescheiden en de kinderen hun vader missen.’ Nou, als zo’n psychologe dat zegt –in de Libelle nog wel- dan zal het wel waar zijn. Maar of dat dan betekent, dat mannen géén last hebben van schuldgevoel? Nou, dat weet ik niet hoor. Mannen praten er misschien wat minder over, maar misschien is dat ook zo’n generalisatie die al lang niet meer opgaat. Ik geloof, dat mensen vandaag de dag vaak veel meer last hebben van schuldgevoel dan ze willen toegeven of vertellen. Hoe ontstaat schuldgevoel eigenlijk? Schuldgevoel ontstaat als je weet en gelooft dat je iets zou moeten doen, terwijl je dat toch niet doet. Soms geloof je dat je iets moet doen, omdat dat een algemeen geaccepteerde norm is. Maar soms –of misschien wel heel vaak- leg je je die normen en eisen zelf op. Maar hoe het ook is: als je de norm niet haalt, voel je je schuldig, terecht of onterecht. In deze dienst wil iets over schuld en schuldgevoel zeggen in het licht van de Bijbel. Wat is schuldgevoel en hoe kom je er volgens de bijbel echt van vanaf? Daar gaat het over, vanmorgen. En ik hoop dat we allemaal zullen merken, dat er in die Psalm die we hebben gelezen wijsheid zit, die juist voor ons, mensen van 2006, belangrijk en (zou ik zeggen) onmisbaar is. Ik ga proberen dat duidelijk te maken. *Laat ik maar meteen deze vraag stellen: Hoe kom je van je schuldgevoel af? Het valt mij op, dat mensen in onze tijd dat vooral op twee verschillende manieren proberen. De eerst manier is de doofpotmethode. Als we die methode gebruiken proberen we dingen die mis zijn gegaan weg te stoppen onder een deksel. Op de uitnodiging voor deze dienst stond een plaatje van een ouderwetse doofpot. Waar diende zo’n ding voor? In vroeger tijden stopten mensen daar de nog gloeiende kolen in, om ze snel te laten doven. Op die manier voorkwamen ze dat er brand kwam en konden ze de houtskool later nog eens gebruiken. Zo proberen mensen ook hun schuld in de doofpot te stoppen. Ze denken: als ik het nou maar diep genoeg wegstop en er niks meer over zeg, dan dooft het schuldgevoel vanzelf uit en komt er geen grote brand van. Helaas loopt dat in de praktijk vaak heel anders! De tweede manier is de manier die door psychologen wordt aanbevolen. Zij zeggen tegen mensen: je moet jezelf dwingen om jezelf te vergeven. Op een bepaald moment moet je tegen jezelf zeggen: wat gebeurd is is gebeurd, ik kan het niet meer veranderen; ik vergeef mezelf en blijf niet langer in het verleden hangen. In dat Libelle-artikel stond een voorbeeld, van een vrouw, die na een bedrijfsfeestje met een collega naar bed was gegaan. Gewoon, voor de spanning, omdat ze wel eens wilde weten hoe het was met een ander. Het was een heel spannende en leuke avond, maar daarna had ze toch spijt! Ze had nog nooit een geheim voor haar man gehad en nu dacht ze: hij ziet het vast aan me. Toch zei ze op een bepaald moment tegen zichzelf dat het over moest zijn. ‘Wat ik gedaan heb verdient geen schoonheidsprijs, maar het leven is te kort om je er altijd maar rot over te blijven voelen.’ Er stond niet bij, of het echt werkte, bij deze vrouw, maar ik geloof er eigenlijk niks van. Ik heb net even teveel mensen gesproken, in mijn loopbaan als dominee, om te geloven dat dit zomaar kan werken. *Maar er vooral een andere reden, waarom ik geloof dat de doofpotmethode en de oproep om gewoon jezelf te vergeven nooit een echte oplossing kunnen bieden. Die reden vind ik in Psalm 32. Want in Psalm 32 is een man aan het woord, die het heeft geprobeerd, om zijn schuld weg te stoppen en te verzwijgen. Wat hij gedaan heeft zegt hij niet, dat doet even niet terzake. Waar het om gaat is, dat hij er al gauw achter is gekomen, dat hij er niet bepaald van opknapte. Hij zegt, in vers 3: Zolang ik zweeg, teerden mijn botten weg, kreunend leed ik, de hele dag. In een ander vertaling staat: ik kwijnde weg. In vers 4 staat nog iets anders: mijn kracht smolt weg als in de zomerhitte. Nou, dat klinkt niet echt fijn en opgelucht. De dichter van de Psalm wordt doodongelukkig van dat onuitgesproken en zoveel mogelijk weggestopte schuldgevoel. De vurige kolen zitten in de doofpot, maar ze doven niet. Integendeel, ze blijven gloeien en laten zijn levenskracht uitdrogen. Herkennen we dat? Zo werkt het toch? Schuldgevoelens kún je niet zomaar wegstoppen. Vroeg of laat komen ze altijd een keer naar boven. Ja, vroeg of laat komen schuldgevoelens altijd een keer naar boven. Dat is –zou je kunnen zeggen- een algemene ervaring. Maar Psalm 32 blijft niet in algemene wijsheid steken. Want midden in die beschrijving van zijn ellende vanwege dat verzwegen schuldgevoel lezen we het volgende zinnetje: zwaar drukte uw hand op mij, dag en nacht. ‘Uw hand’, zegt hij. Daar bedoelt hij natuurlijk de hand van God mee. Doordat hij zwijgt voelt hij zich letterlijk ‘terneergedrukt’ of misschien ‘teneergeslagen’. Depressief noemen wij dat. Maar hij weet, dat dit meer is dan een gevoel. Het is de hand van God die hem terneer drukt. Hij komt God tegen! Dat is er aan de hand. Hij is maar niet een beetje somber, maar Godzelf laat hem voelen dat het niet goed zit van binnen. En er is echt geen ontkomen aan: dag en nacht voelt hij die hand, zwaar drukkend. Kortom: het werkt gewoon niet, dat wegstoppen. Niet bij God! Dus wat deed deze dichter? Hij haalt het deksel van de doofpot. Dat doet hij zelf! Hij zegt: ik dekte mijn schuld niet (langer) toe! En wat natuurlijk het belangrijkste is: hij belijdt zijn schuld voor God! Hij gaat dus bidden, misschien met een ander erbij (een priester, of een gemeentelid) en hij spreekt uit wat hij verkeerd heeft gedaan. Valt het u trouwens op, dat hij wel drie verschillende woorden gebruikt om zijn schuld te omschrijven? Hij heeft het over zonde, over schuld en over ontrouw. Die drie woorden bestrijken samen het hele palet van wat kwaad in ons leven kan zijn: van misstap tot verkeerde bedoelingen, van een foutje tot aan ontrouw en opstand tegen God. Het ziet er dus naar uit, dat hij volledig open kaart heeft gespeeld. Alles wat er in zijn hart zat heeft hij er uitgegooid. Met een beeld dat in een andere Psalm wordt gebruikt: hij heeft zijn hele hart uitgestort voor God, of hij een emmer leeggooide. We kunnen ons denk ik voorstellen, wat een verlichting dat gaf! Als eindelijk alles er uit komt, dan lucht dat zo op, dan geeft dat zoveel ruimte in je hart. Maar wat nog veel mooier is: na die schuldbelijdenis is de schuld ook echt weg. Hij weet gewoon heel zeker: God heeft het me nu vergeven. ‘En u vergaf me mijn zonde’, zegt hij heel eenvoudig, in vers 5. Een klein zinnetje, maar wat zit daar en wereld achter! Weg is die hand van God die Hem neerdrukte. Hij weet zich weer vrij, bevrijd van de last die hij niet dragen kon. Nu pas is hij echt gelukkig. Want gelukkig ben je pas, zegt hij in vers 1, als je ontrouw vergeven is en God je de schuld niet meer toerekent. *Misschien kent u het boek van Louis Couperus, Van Oude Mensen de Dingen die Voorbijgaan. Dat boek gaat over twee heel oude mensen, Emile en Ottilie, die jaren geleden, in Indië, een verhouding hadden. Uit passie kwam het zover, dat ze de echtgenoot van Ottilie om het leven brachten. Niemand was daar ooit achter gekomen, maar zij droegen het geheim levenslang met zich mee. En dan hebben ze een gesprek. Emile zegt: ‘In het begin ben ik bang geweest voor de mensen; toen voor mijzelf – ik dacht gek te worden. Nu, nu het nadert .. ben ik bang voor God.’ En dan gaat hij zo verder: ‘Ik wou dat ik Rooms was. Ik heb zo lang erover gedacht Rooms te worden. Als ik Rooms was geweest had ik gebiecht .. Aangrijpend, he? Met een dominee kon hij er niet over praten en biechten kon hij ook niet. En over precies dit punt is in de kerk veel nagedacht de laatste jaren. Ooit hebben de protestanten de biecht afgeschaft, omdat die biecht in de RKK teveel verweven was geraakt met de macht van de priesters en de ontsporingen in de kerk. U hebt dar misschien wel ervaring mee, er schade van ondervonden. Maar de bekende theoloog Dietrich Bonhoeffer (dit jaar gedenken we zijn 100e geboortedag) schreef jaren geleden al, dat het helemaal afschaffen van iedere vorm van biechten ook tot grote schade leidt. En daar heeft hij gelijk in. Op zich is het voldoende om rechtstreeks tegen God te zeggen wat je op je hart hebt. Gelukkig hoeft daar geen mens tussen te staan. Maar de ervaring leert, zeker als het om ingrijpende dingen gaat, dat het schuldgevoel toch heel lang kan blijven hangen, als je het niet ook hardop uitspreekt tegenover een ander. Vandaar dat steeds meer mensen in onze gemeente op allerlei momenten aan een ander vragen om samen met hem of haar te bidden. Die mogelijkheid is er ook na dienst, daar zeg ik straks nog wel even wat van. NB: dat spreken blijft uiteindelijk natuurlijk niet bij spreken tot God alleen. Als je een ander iets hebt misdaan (zoals die vrouw, die haar man bedrood), dan zal je toch ook een keer tot die ander moeten spreken. En een ander voorbeeld: als Milosevic, die gisteren overleed, zijn zonden had beleden voor God, had hij evengoed berecht moeten worden. Maar het begint met schuldbelijdenis tegenover God. Nee, hij houdt zichzelf niet voor de gek. Dat hij dit kan en durft te zeggen heeft te maken met beloften van God. God zelf heeft –en daar getuigt het hele eerste deel van de bijbel, het oude testament van- beloofd: als je Mij je zonden belijdt, opbiecht, dan zál ik ze vergeven. Een mooie tekst staat in Jesaja 1: ‘Al zijn je zonden rood als scharlaken, ze worden wit als sneeuw; al zijn ze rood als purper, ze worden wit als wol.’ De God van de Bijbel is een God, die het kwaad niet zomaar door de vingers zit. Als je zondigt kom je Hem echt tegen! Maar als er één ding is, waar God naar verlangt, dan is dat wel, dat Hij vergeving kan schenken. Van dat verlangen staat de Bijbel vol! Maar het grootste bewijs dat dit zo is vinden we bij het kruis van Jezus. God was bereid, om zijn Zoon, Jezus, te laten sterven aan een kruis om voor onze zonden te boeten. Dat kruis is eigenlijk een symbool van de hele last van ons menselijke tekort, wat wij niet dragen kunnen. Al die voorbeelden die ik in deze preek genoemd heb: die kunnen we toch niet dragen? Maar als Jezus het kruis op zich neemt, dan neemt Hij juist ook deze last op zich. En ook voor Jezus is die last bijna te zwaar. Het is veelbetekenend dat Hij valt onder het gewicht ervan. Dat hebben we op die plaat van de derde statie gezien. Maar gelukkig stond hij weer op om de weg tot het einde te gaan. Dat kruis, waar Jezus aan stierf, is hét bewijs en de zekerheid, dat iedereen die voor God zijn zonden opbiecht vergeving zal ontvangen. Wat er ook in je leven is gebeurd, er is altijd een weg terug! *En dat brengt mij dan als vanzelf bij de oproep die de dichter doet. Een oproep, die gericht is aan ons allemaal. Want Psalm is een heel persoonlijk getoonzet lied, maar het is tegelijkertijd ook een wijsheidpsalm. En die wijsheidspsalmen hebben altijd een paar lessen in zich, die voor ieder mens gelden. Welnu, de lessen van deze Psalm zijn er in elk geval twee. De eerste vinden we in de opening van de Psalm. Daar staat: ‘Gelukkig de mens van wie de ontrouw wordt vergeven.’. Met andere woorden: niet vergeven schuld maakt een mens doodongelukkig, maar gelukkig ben je als alles je vergeven is. Dat is dus een les over geluk. Geluk, waar we allemaal naar zoeken. Dan de tweede les, die vinden we in vers 6. Daar staat: ‘Laten uw getrouwen dus tot u bidden, als ze in zichzelf een zonde vinden.’ Met andere woorden: blijf niet met je zonden rondlopen, maar belijd ze! En weet u, in een wat oudere bijbelvertaling wordt dit vers net iets anders vertaald: ‘daarom zal iedere heilige tot U bidden in vindenstijd’. In vindenstijd. Er is een tijd, dat God zich laat vinden. Maar er komt een tijd, dat dat te laat is, omdat je leven dan voorbij is. En daarom is het nu –vandaag- vindenstijd! Tijd om God te vinden en alles wat we op ons hart hebben aan Hem te geven. U zegt misschien: maar ik heb niks op mijn hart. Ik heb mijn vrouw niet bedrogen, ik heb niemand vermoord, ik geef ieder het zijne. Dat is geweldig, heel fijn. Maar dat wil niet zeggen, dat er niks zit tussen u en God. Want als we een beetje gaan begrijpen wat God bedoelt met zonde, dan voelen we die hand, die op ons drukt. Maar wat een bevrijding is het, als met een gerust geweten en een gereinigd hart kunt zeggen: mijn zonden zijn vergeven. Iets beters kunnen we elkaar niet toewensen. Amen |
| Volgende > |
|---|








