Hartelijk welkom op de website van ds. Bas van der Graaf, predikant van de Jeruzalemkerk in Amsterdam-West. Deze site bevat de teksten van preken, lezingen en artikelen. Ik hoop dat u er iets aan heeft. Uiteraard zijn de teksten pro Deo, maar als u ze waardeert, wilt u dan een gift voor het werk in de Jeruzalemkerk overwegen? U kunt die overmaken op postbankrekeningnummer 47.57.390 t.n.v. 'Protestantse Gemeente (inzake Jeruzalemkerk)'. Hartelijk dank!
| 1 Korinthe 6:12-20 Ons lichaam: ledemaat van Christus, tempel van de Geest |
|
|
|
|
Verkondiging op zondagmorgen 2 oktober 2005 in de Oostpoort en op 9 oktober in de St. Jankerk, door ds. Bas van der Graaf Orde van dienst Welkom en mededelingen Intochtslied: Psalm 33: 1 Stil gebed Bemoediging en groet Zingen: Psalm 33: 2 en 5 Het gebod van God Zingen: Psalm 33: 8 Gebed Bijbellezing: Genesis 2: 18-25 1 Korinthe 6: 12-20 Tekst: 1 Korinthe 6: 15 en 19 Zingen: Psalm 139: 1, 7 en 8 Preek Zingen: Gezang 437: 1, 2 en 3 Dankgebed en voorbede Zingen: 1. Gezang 268: 2 en 3 2. ELB 312 3. ELB 411: 1 en 2 Zegen Gemeente van onze Here Jezus Christus, Ik wil vanmorgen een moment stilstaan bij de bijbelse visie op ons lichaam. Wat is ons lichaam, in het licht van de Bijbel? Wat moeten we ervan denken en wat mogen we ermee doen? Is het belangrijk of is het maar een ‘stoffelijk overschot’ (vreselijke term, eigenlijk) dat een tijdje bezield is? Ons lichaam dus. Waarom zouden we daar bij moeten stilstaan? Ik denk, omdat onze tijd daar alle aanleiding aangeeft. Want er is een hoop te doen over het lichaam. Zomaar even wat voorbeelden. Met stijgende verbazing (en verbijstering) heb ik in de afgelopen tijd een paar afleveringen van Perfect Makeover gezien op de TV. In dat programma gaat het over mensen die om allerlei reden ontevreden zijn over hun lichaam en die vervolgens te kans krijgen zichzelf helemaal te laten verbouwen. Letterlijk: verbouwen. Met een heel team van plastisch chirurgen, diëtisten, kledingexperts en kappers (je word er echt helemaal eng van) wordt er echt gewerkt aan een ‘perfect make-over’. En de boodschap is: alleen als je een perfect lijf hebt kun je gelukkig zijn. Het lichaam als doel op zich? Kun je dat als christen geloven? Een ander voorbeeld is de seksuele moraal. Uit alles wat ik lees in bladen en zie op TV krijg ik de indruk dat heel veel mensen van vandaag onbekommerd en ongebreideld met elkaar naar bed gaan. Ze geven hun lichamen dus aan elkaar met een gemak, waaruit blijkt dat iedere gedachte dat je lichaam wel eens ‘heilig’ zou kunnen zijn verdwenen is. Dat geldt voor jongeren, maar net zo goed van ouderen (want die zijn er vaak in voorgegaan). Mensen vandaag vinden hun eigen lichaam en dat van de ander niet meer heilig, maar vooral lekker en aantrekkelijk. En waarom zou je daar dan niet zo onbeperkt en onbegrensd mogelijk van genieten? Je lijf is van jou en voor je het weet ben je oud. Dan pak je toch wat je pakken kan? Kun je dat als christen geloven? *Er is dus alle reden om je van tijd tot tijd af te vragen: wat is nu eigenlijk de bijbelse visie op het lichaam? Hoe wil God dat ik over mijn lijf denk? En wat betekent dat voor mijn leven? Aan deze vragen geef ik vanmorgen dus even een duwtje. Voor we gaan kijken wat Paulus in 1 Korinthe 6 over ons lichaam schrijft, maak ik eerst een meer algemene opmerking. Want als het om de bijbelse boodschap van het lichaam gaat, dan merk je dat het binnen de bijbel zelf best heel spannend is. Want de bijbel geeft eigenlijk nooit een mooi theologisch overzichtje over het lichaam. Op vrijwel alle plaatsen waar we over het lichaam lezen is de schrijver in gesprek, in discussie of zelfs in een strijd op leven en dood gewikkeld met andere visies op het lichaam. En eigenlijk is het zo, dat de bijbelse visie voortdurend tussen twee uitersten doorkoerst. Want aan de ene kant zijn er in de tijd van de bijbel mensen die het lichaam als het één en al beschouwen en zich volledig overgeven aan het genot van het lichaam. Tegen over die visie zeggen de bijbelschrijvers heel fel: het lichaam is niet alles, want het gaat ook om onze ziel en om onze geest! Dat is de ene kant. Aan de andere kant hadden de bijbelschrijvers van het NT te maken met de grieks-filosofische en de gnostische visie op het lichaam. Die visie hield in, dat het lichaam minderwaardig is. Ons lichaam is stoffelijk, materieel, en vergeleken bij het geestelijke en bij de wijsheid is het waardeloos. Dat lichaam moet je dus zo snel mogelijk zien te verlaten. Tegenover die visie zeggen de bijbelschrijvers: hó even, het lichaam is niet waardeloos, het is geschapen door God en juist van hoge waarde. Tussen die twee klippen koerst de bijbelse visie dus door. Dat blijkt ook in 1 Korinthe 6 en daar willen we nu wat beter naar gaan kijken. *De aanleiding voor Paulus om dit te schrijven ligt (zoals zo vaak) bij een ontsporing in de gemeente. In hoofdstuk 5 horen we, dat er in Korinthe een schokkend geval van incestueus overspel gaande was. Een man deed het met de vrouw van zijn vader! Dat was op zich al schokkend, maar nu blijkt dat het bijna nog schokkender is, dat de Korinthiërs de ernst van de zaak niet inzien. Er is geen heilige verontwaardiging over deze zonde. Zoals dat bij ons helaal ook nog al eens het geval is. En dat brengt Paulus ertoe met grote bewogenheid op te komen voor de heiligheid van het lichaam. En hoe doet Paulus dat nu? Door twee beelden te gebruiken. Twee beelden, die samen heel duidelijk maken hoe heilig ons lichaam is. Het eerste beeld vinden we in vers 15. Paulus zegt: Weet u niet, dat uw lichamen leden van Christus zijn? Dat is dus het eerste beeld: ons lichaam is een ledemaat van Christus. Dit beeld sluit natuurlijk aan bij het beeld dat Paulus in zijn brieven op verschillende plaatsen voor de gemeente gebruikt. In 1 Kor. 12 schrijft Paulus: Want zoals het lichaam één is en vele leden heeft, zo ook Christus. De gemeente van Christus wordt dus lichaam genoemd en de gemeenteleden zijn van dat lichaam de ledematen. Maar wat Paulus hier onderstreept is, dat ledemaat zijn niet alleen een zaak van onze geest of onze ziel is, maar dat we dat juist ook met ons lichaam zijn. Ons líchaam is ledemaat van Christus. Oftewel: ons hele bestaan, psychisch, geestelijke én lichamelijk wordt er door bepaald dat we lidmaat van Christus zijn. Christus wil dus niet alleen onze geest en onze ziel hebben. Nee, Hij wil ook eigenaar van ons lichaam zijn. En door kruis en opstanding is Hij dat ook geworden. Weet u hoe belangrijk Jezus uw lichaam vindt? Kijk maar in vers 13b en 14: ‘Het lichaam is er voor de Here (Jezus) en de Here voor het lichaam. God heeft niet alleen de Here opgewekt, maar zal ook ons opwekken door zijn kracht. Zo waardevol vind Jezus ons lichaam dus, dat Hij ervoor wilde sterven en door de opstanding dat lichaam van ons voor eeuwig veilig wilde stellen. Dacht u, dat Hij dat voor ons lichaam had over gehad, als Hij het minderwaardig vond? Nee, Hij wilde er voor sterven. Dat is heel troostvol, vindt u niet. Juist ook voor diegenen, die hun lichaam zijn gaan haten, omdat er iemand was die dat lichaam ‘overmeesterde’ en het geheim schond. Misschien was het een vreemde, die dat deed, maar misschien juist iemand die heel na stond, een broer of zelfs je vader. Wat heeft dat een ongelooflijk ingrijpende gevolgen. Het maakt je tot vijand van je eigen lichaam. Maar dit is het Evangelie: Jezus vond ook jouw lichaam zó belangrijk dat Hij er zijn leven voor gaf! Hij wil ‘Heer van je lichaam zijn’, maar niet om het te overmeesteren en kapot te maken, maar om het te helen! Put daar moed uit!
Want stel nu, zegt hij in vers 15, dat dit het geheim van mijn lichaam is, wat gebeurt er dan als ik mijn lichaam overgeef aan hoererij. Als mijn lichaam van Jezus is, wat gebeurt er dan als ik het geef aan iemand met wie ik niet getrouwd ben? Kan ik dat vrijblijvend doen, zonder consequenties, of ligt het anders? Het ligt dus anders. Paulus zegt: Als je je lichaam aan hoererij overgeeft, dan amputeer je daarmee het lichaam van Christus. Door dat te toen neem je een ledemaat van Christus’ lichaam weg!! Dat is wat! Als je je lichaam aan iemand geeft aan wie je niet ook je geest hebt gegeven (in een levenslange verbintenis, van liefde en trouw), dan zet je daarmee je lidmaatschap van Christus op het spel. Want dit is wat je moet weten, schrijft hij in vers 16: Als je je hecht aan een hoer (en met hoer bedoelt Paulus iedereen met wie je niet getrouwd bent) is dat niet vrijblijvend, maar je wordt één lichaam met haar. Zo staat het toch in Genesis 2? En die twee zullen tot één vlees zijn! Als je je lichaam geeft aan een ander, zit je aan die ander vast. Simpel gezegd: je bent ermee getrouwd. Dus jongeren: jullie moeten weten wat je doet hé, als je verkering hebt en steeds een stapje verder gaat. Hoe verder je lichamelijk gaat, hoe meer je geestelijk met elkaar verbonden wordt. Bij elk kledingstuk minder zit je meer aan elkaar vast! Begrijp je dat? En dat betekent ook: als je je vriendje of je vriendinnetje wel je lijf maar niet je hart geeft, dan ga je het spoor van de hoererij op. Zo radicaal ligt dat, bijbels gezien. Als je ledemaat van Jezus bent, kun je je lichaam in principe dus maar één keer weggeven, aan de gene aan wie je ook je leven geeft. Zo niet, dan betekent een niewe relatie dat je je losscheurt van Jezus. Dat je jezelf amputeert van het lichaam van Christus. Zo belangrijk is ons lichaam dus. En daarom is de kerk altijd opgekomen voor het huwelijk en heeft de kerk gewaarschuwd tegen vrije seks! Wat je doet met je lichaam is niet vrijblijvend. Het raakt aan de diepste kern van je leven, namelijk aan je relatie met Jezus. En door te zondigen in ons lichaam kunnen we die relatie op het spel zetten! *Hier moet ik wel even een tussenstop maken. Want wat nu als je dit soort dingen inmiddels gedaan hebt? Wat als je inderdaad je lichaam aan allerlei mensen hebt gegeven? Wat als je je in het overspel hebt begeven met alle gevolgen van dien? Sommigen van ons zitten daar midden in, toch? Is daarmee de relatie met Christus definitief verbroken of onmogelijk geworden? Is dat de consequentie van de woorden van Paulus? Is de amputatie definitief? Dat zal Paulus ongetwijfeld niet bedoeld hebben. Ook voor deze zonden is vergeving mogelijk. Maar die vergeving is dan blijkbaar niet goedkoop. Als je hebt gezondigd tegen je lichaam, kun je niet net doen of er niets gebeurd is. Volgens vers 18 grijpt de zonde tegen je eigen lichaam dieper in dan welke andere zonde ook! Je zult er werk van moeten maken: in het belijden van je zonden en, indien dat mogelijk is, in het opruimen van bestaande situaties. Wat dat allemaal precies betekent, in individuele gevallen, kan ik niet overzien. Daar is het pastoraat voor. Nu, in de preek zeg ik: er is herstel van de relatie mogelijk, maar de amputatie is wel heel ernstig. Als je in zonde tegen je lichaam leeft, ben je losgescheurd van het lichaam van Christus. Dat moet je onder ogen zien. Doe vooral niet of er niets gebeurd is. Want alleen dan kan Jezus je er weer aanhechten, zoals hij het oor van Malchus heelde in de tuin van Gethsémané. De wereld snapt hier niks van, maar waarom zou je naar de wereld luisteren als je leven in doodsgevaar verkeert en Jezus je genadig de waarheid zegt?
Ons lichaam een tempel. Het woord dat Paulus hier voor ‘tempel’ gebruikt is in het Grieks een aanduiding voor dat gedeelte van het heidense heiligdom waar het godenbeeld stond opgesteld. Het was dus het allerheiligste stukje van de tempel. Wij denken dan natuurlijk meteen aan de tempel van Jeruzalem. In die tempel was het ‘heilige der heiligen’ en daar, in dat stuk van de tempel, woonde God. En daarmee moet en mag een christen zijn leven dus vergelijken: met dat allerheiligste stukje van de tempel. Dus niet met de voorhof of een of ander bijgebouwtje, nee, met het allerheiligste!!! Dat is wat, dat God mijn lichaam uitkiest om er met zijn Geest in te wonen? Moet je je voorstellen: je eigen lichaam, waar je vertrouwd mee bent maar waar je ook oorlog mee kunt hebben, dat daar Gods Geest in woont. Dat lichaam, waarvan je zo vaak ervaart dat ook de zonde er in woont of dat het zo gevoelig is voor demonische bezoekers en gasten. Dat lichaam, waar jezelf misschien het liefst uit wilt vluchten, daar wil Hij inwonen. Hij wóónt in ons! Hij brengt geen bliksembezoek, zoals een politicus op verkiezingscampagne: even bij zo’n bijstandsmoeder binnen en dan weer weg. Nee, de Geest wil in ons wónen. Permanent. Zoals God in de tempel van Jeruzalem woonde. En zoals Hij in Jezus woont. Zo wil de Geest in ons lichaam wonen. Sterker nog: als je gelooft mag je zeggen ‘zo wóónt Hij in ons’. Dit is, net als dat vorige beeld, wel heel bijzonder. We zeggen vaak, dat een mens bestaat uit geest, ziel en lichaam. Maar een christen mag dat woord geest dan met een kleine én een hoofdletter schrijven. *Wij mogen in het geloof weten dat ons lichaam tempel is van de Heilige Geest. Zo mag en moet je over je lijf denken. Maar zo mag en moet je er ook mee leven. Want je lijf is je leven! Maar wat betekent dat dan? Paulus vat het in één zinnetje samen: Verheerlijkt dan God met uw lichaam.(vs.20) Als je lichaam een tempel is, gebrúik hem dan ook als een tempel. De bijbel roept ons op tot de ‘cultus met (niet: van!) ons lichaam’. Gebruik je lichaam dus, om er God mee te eren, te aanbidden en groot te maken. Zorg zó voor je lichaam, dat het een prachtig en dienstbaar gebouw wordt, maar dan niet allereerst om je zelf of anderen te behagen (dan wordt het de cultus van ons lichaam!!), maar de Geest die in je woont. Als ik dat dan concreet probeer te maken, raakt dat aan heel veel dingen. Zou de Heilige Geest geëerd worden door een ‘perfect makeover’ of wat voor puur op het uiterlijk gerichte ingreep? Ik kan het me nauwelijks voorstellen, want de Geest komt nu juist in ons wonen als een onderpand van die echte perfect make-over, die voor al Gods kinderen nog uitstaat: de opstanding der doden, als God ons een geestelijk-lichaam geeft, dat aan dat van Jezus gelijk is. Door die hoop worden heel veel aardse schoonheididealen wel heel betrekkelijk. En al zijn er natuurlijk uitzonderlijke situaties: als christenen moeten we heel terughoudend zijn met allerlei cosmetische ingrepen in ons lijf. Ik weet wel: dat ligt niet zwart-wit. Sommige correcties kunnen een zegen zijn, maar dan gaat het ook niet over verafgoding van het uiterlijk, maar om dieperliggende problemen. Hoe eren we de Geest dan wel? In elk geval door zo voor ons lichaam te zorgen dat we het (voor zover dat in ons vermogen ligt) in conditie blijft, zodat we God kunnen dienen. Goed slapen, vechten tegen verslavingen, luisteren naar de signalen van je lichaam zijn dus puur geestelijke oefeningen. God verheerlijken me je lichaam. Die zin komt ook in ons huwelijksformulier voor, als een aansporing om als man en vrouw lichamelijk volop en vrijmoedig van elkaar te genieten. Als je jezelf geeft aan Christus én je geeft je aan die ene die je trouw belooft, dan mag je onbekommerd en tot eer van Hem samenzijn. Om het maar heel gewoon te zeggen: dan mag je vrijen tot Gods eer. *Verheerlijk God dan met je lichaam. Ik zou er nog veel meer over kunnen zeggen. Bijvoorbeeld over de vraag, of wij ons lichaam wel genoeg gebruiken in de eredienst. Als ik die evangelische broeders en zusters hun hele lijf zie gebruiken als ze zingen, dan voel ik me vaak zo’n stijve hark en denk ik: jullie hebben het eigenlijk veel beter begrepen dan wij in de kerken. Maar goed, dat laat ik nu verder liggen. Ik stel nu de vraag: Bent u, ben jij bereid om zó te leven? Om je lichaam zo te béleven? Dit is de weg die God ons wijst: Leef in besef dat je lichaam niet van jezelf is, maar dat Jezus, de Heer, het duur heeft gekocht, om het tot een ledemaat van zijn lichaam te maken. Leef in het besef dat je lichaam een tempel is, waar de Geest in woont. Ons lichaam is volgens de bijbel ongelooflijk waardevol. Het is zo waardevol, dat Jezus, de Zoon van God, ons menselijk lichaam heeft aangenomen om het te verlossen van de zonde. En toen Hij opstond uit de dood stond Hij op met een verheerlijkt lichaam, waarmee Hij naar de hemel ging. Zíjn lichaam is voor ons de garantie, dat ook ons lichaam eens een ‘perfect make-over’ zal ondergaan, als we nu lidmaat zijn van Hem. Ons lichaam een ledemaat van Christus en een tempel van de Heilige Geest. Als dat geen reden is om er zuinig op te zijn en er God mee te verheerlijken. Amen.
|
| < Vorige | Volgende > |
|---|








