Home

Hartelijk welkom op de website van ds. Bas van der Graaf, predikant van de Jeruzalemkerk in Amsterdam-West.  Deze site bevat de teksten van preken, lezingen en artikelen. Ik hoop dat u er iets aan heeft. Uiteraard zijn de teksten pro Deo, maar als u ze waardeert, wilt u dan een gift voor het werk in de Jeruzalemkerk overwegen? U kunt die overmaken op postbankrekeningnummer 47.57.390 t.n.v. 'Protestantse Gemeente (inzake Jeruzalemkerk)'. Hartelijk dank! 

Johannes 2:1-11 Het eerste wonderteken van Jezus (2) PDF Afdrukken E-mail

Verkondiging op zondagavond 17 januari 2010 in de Jeruzalemkerk te Amsterdam,

door ds. Bas van der Graaf

 

Orde van dienst

 

Welkom en mededelingen

 

Intochtslied: Psalm 34:1

 

Stil gebed

 

Bemoediging en groet

 

Zingen: Psalm 34: 2 en 4

 

Voortzetting Heilig Avondmaal

 

-Samenvatting ochtendpreek

 

-Zingen: Gezang 358: 2, 3 en 4

 

-Gebed:

 

-Viering

 

-Zingen: Gezang 358:6

 

Dankzegging en gebed

 

Bijbellezing: Johannes 2:1-11

 

Thema: Het eerste wonderteken van Jezus

 

Zingen: Psalm 23: 1 en 3

 

Preek

 

Zingen: Gezang 454:1, 3 en 4

 

Dankgebed en voorbede

 

Inzameling van de gaven

 

Zingen: Gezang 166: 3 en 4

 

Zegen

 

 

Samenvatting preek ochtenddienst

 

Vanmorgen hebben we stilgestaan bij het eerste wonder dat Jezus – volgens het Evangelie van Johannes – heeft gedaan. Dit wonder deed hij op een bruiloft in een dorpje Kana in Galilea. Op een bepaald moment was daar de wijn op – een diepe schande en een onvergeeflijke fout in de toenmalige feestgebruiken – en dat brengt Maria, de moeder van Jezus, ertoe om aan Jezus te vragen er iets aan te doen. De reactie van Jezus is eerst terughoudend en afwerend: ‘Mijn tijd is nog niet gekomen’. Maar even later is het blijkbaar wel zijn tijd, want dan verricht hij een wonderteken. Hij laat 5 a 600 liter water in aarden vaten gieten en als er geproefd wordt blijkt dit water wijn te zijn geworden. Niet zomaar wijn, deze is beter dan de wijn die tot nu toe geschonken was. Een overvloedig wonder dus. Maar wat betekent het?

 

De Evangelist Johannes vat die betekenis samen in het 11e vers dat vanmorgen centraal heeft gestaan: Dit heeft Jezus in Kana, in Galilea, gedaan als eerste wonderteken; hij toonde zo zijn grootheid en zijn leerlingen geloofden in hem. Daar zitten dus een paar belangrijke elementen in. Het eerste is: Jezus doet een wonderteken. In het vocabulaire van Johannes betekent dat: een teken geen doel op zich is maar dat boven zichzelf uitwijst. Waar wijst het dan naar toe? Dat zegt Johannes ook: hij toonde zo zijn grootheid. Letterlijk: zijn heerlijkheid. Jezus liet dus zien wie is: de Zoon van God, delend in de heerlijkheid van zijn Vader, bekleed met macht en majesteit. Jezus laat dus zien wie hij is! Dat doet hij in de loop van de tijd steeds vaker en duidelijker. In de wonderen die hij hierna doet (Johannes beschrijft er 7), maar vooral op het moment dat door Johannes wordt aangeduid als ‘toen zijn tijd was gekomen’. Dat was het moment dat hij de weg naar het kruis insloeg, aan dat kruis stierf, maar na drie dagen opstond uit de dood. Mat dát grote moment, met dat ‘uur’, is het teken op de bruiloft al verbonden. En dat maakt dat voor ons, als wij Avondmaal vieren bij de tekenen van brood en wijn, die lijnen bij elkaar komen. Aan de tafel worden we gesterkt in het geloof dat Jezus de Zoon van God en onze redder is. Want net als het wonderteken van Kana wijzen ook de tekenen van brood en wijn naar het grote mysterie van Pasen, van de dood en de opstanding van onze Heer, Jezus Christus. Over dat soort verbanden wil ik straks in de preek nog wat meer zeggen, maar nu gaan we eerst over tot de voortgezette viering van het Avondmaal. Ter voorbereiding daarop zingen we Gezang 358 en daarna gaat de nodiging uit.

 

Preek

 

Gemeente, gasten in ons midden,

 

In aansluiting bij wat ik al heb gezegd en wat we hebben gevierd denken we nog wat verder over verschillende elementen in dat bijzondere verhaal van de bruiloft te Kana.

 

Om te beginnen richten we ons nog even heel geconcentreerd op de ‘grootheid van Jezus’ die op die bruiloft aan het licht kwam. Letterlijk staat daar: heerlijkheid. Dat woord ‘heerlijkheid’ is – zoals ik al zei – een aanduiding voor de goddelijke glans en majesteit. In het OT is het een woord dat heel speciaal gebruikt wordt om er de grootsheid van God mee aan te duiden. Die grootsheid is zó groot, dat mensen die een ontmoeting met God hebben zonder uitzondering vrezen dat ze zullen sterven. ‘Ik zal sterven’, zeggen ze dan, ‘want ik heb de heerlijkheid van God gezien’.

 

Johannes trekt uit de gebeurtenissen op de bruiloft van Kana de conclusie dat die heerlijkheid van Gods wezen zichtbaar wordt in Jezus. Daarmee zegt Johannes dus niets minder dan: Jezus is de zoon van God en hij ís God! Misschien herinneren we ons de proloog van het Johannes-Evangelie. Daar zegt Johannes, in 1:1: ‘In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God.’ En vervolgens, in vers 14: ‘Het woord is mens geworden en heeft bij ons gewoond, vol van goedheid en waarheid’-en dan komt het: ‘en wij hebben zijn grootheid (heerlijkheid) gezien, de grootheid (heerlijkheid) van de enig Zoon van de Vader.’ Horen we de overeenkomt? Wat Johannes in de proloog nog in algemene termen zijn, laat hij nu in verhaalvorm zien. Kijk maar, zegt hij, zien jullie die heerlijkheid nu?

 

Ja, zien we die heerlijkheid, gemeente? Hebben we hem gezien, vandaag, in de viering van het Avondmaal? En vooral: zullen we Jezus, die ons in goddelijke heerlijkheid verschijnt, aanbidden vandaag? Dat mag en moet toch onze eerste reactie zijn? Aanbidding van de Zoon van God? Dankzegging en aanbidding? Dat is het eerste.

 

*Het tweede waar we –zeker ook met het oog op de tijd die nu voor ons ligt – op moeten letten is de belofte die in het wonderteken van Jezus verborgen zit. Wat er gebeurt in het teken is, dat water verandert in wijn. Er is dus sprake van transformatie. Transformatie van een basiselement in de schepping. Water behoort tot de levensvoorwaarden van de schepping, wijn bevat ook water maar heeft veel meer de smaak van de vreugde. En het is nog goede wijn ook, dus het smaakverschil is heel groot. Maar wat zit daar nu voor een belofte in?

 

Verschillende theologen die ik raadpleegde deze week wezen op wat Luther hiervan gezegd heeft. Zo zegt professor Van Ruler in een meditatie: ‘Luther heeft bij deze geschiedenis aangetekend, dat de heerlijkheid van Christus daarin bestaat, dat hij de creatuur verandert. Hij zet haar om: water in wijn. Christus heeft vat op de natuur, op het wezen van de dingen, en heel het onveranderlijke, fatale zijn, waar wij ons hoofd altijd weer tegen stuk lopen – hij zet het om.’

 

Dit is een prachtige opmerking van Luther, vinden we niet? De belofte die wij uit dit teken mogen putten is, dat Jezus onze Heer de macht en de wil heeft om de schepping – die een gebroken schepping is- te veránderen. God legt zich dus niet neer bij die gebrokenheid van de schepping, maar verzekert ons in Jezus Christus dat hij alle dingen nieuw wil maken. Straks, op de grote dag van zijn toekomst in alle volheid, maar nu, onderweg, toch ook al ten dele.

 

We kunnen het ook anders zeggen: de belofte is, dat met de komst van de Zoon van God in het vlees het Koninkrijk van God met transformerende kracht onder ons is gekomen. Er kunnen dus dingen veránderen in de wereld, in de kerk, in ons eigen leven. Het bestaan is niet hopeloos gebroken, zodat alleen een gevoel van zinloosheid past. Nee, er mag altijd weer hoop op verandering zijn, op vernieuwing, op voorproefjes van de heerlijkheid die eens de hele schepping zal vervullen.

 

*Zullen we dat proberen concreet te maken? Dan eerst nog maar even Luther. Luther las in het teken van Kana de belofte dat Christus de door zonde aangetaste schepping verandert. En Luther past dat dan – in lijn van het gegeven dat Jezus zijn teken op een bruiloft doet – toe op het huwelijk. Dat huwelijk, zegt Luther in alle nuchterheid, kent zo zijn eigen moeilijkheden en strijd. Hoe veel we ook van elkaar houden, hoe gelukkig we ook zijn, er zijn ook moeilijke dingen, vaak veel meer dan we ons konden voorstellen. Maar juist dit teken, op de bruiloft van Kana, mag ons moed geven dat Jezus er bij is en dingen anders kan maken. Letterlijk zegt hij: ‘Alles zal zo wondervol in zijn werk gaan, dat niemand het verstaat dan zij, die het ondervinden, namelijk aldus: Gods Woord zal het doen, door hetwelk alles gemaakt, onderhouden en herschapen wordt, dat is het Woord van God, dat u het water in wijn verandert en de moeilijke echt tot een verheuging maakt.’ Even simpel gezegd: als we ons huwelijk (maar hetzelfde geld voor ons gezin, voor vriendschappen en ook vooral allerlei andere relaties) leven in gemeenschap met Jezus, de Zoon van God, dan vinden we in hem een voortdurende krachtbron om moeilijkheden te overwinnen en te groeien in het nieuwe leven van het Koninkrijk van God.

 

Maar dit kunnen we dan ook verbreden, tot het leven als discipel van Jezus Christus. Wat betekent het om discipel van Jezus te zijn? Niet anders dan: alles leren onderhouden wat Jezus heeft opgedragen. Zo zegt Jezus dat zelf in Mattheüs 28. Maar hoe vinden we daar de kracht voor, voor die gehoorzaamheid? Alleen als we van binnenuit, vanuit ons hart, groeien in het verlangen en de bereidheid om dat te doen. Als ons hart vernieuwd wordt door de transformerende kracht van Jezus en er een nieuwe gezindheid in ons groeit om naar Gods wil te leven. Dat is het geheim van groei in discipelschap, maar dat is ook het geheim van de belofte van Johannes 2. Jezus zelf heeft de kracht en de wil om ons leven van binnenuit te vernieuwen. Zo is Hij aan ons verschenen, in heerlijkheid. Daar mogen we van leven.

 

*Maar hoe werkt dat dan in de praktijk? Is het voldoende om te geloven in Jezus en gaat de rest dan vanzelf? Nou, soms is dat zo, maar doorgaans is toch echt een actief geloof nodig. Waar het om gaat is, dat we ‘in Jezus blijven’, zoals we Jezus zelf vaak horen zeggen in het Johannes-Evangelie. ‘Blijf in Mij, dan blijf ik in U.’ We moeten dus in Hem blijven. Maar hoe doe je dat?

 

Dat doe je, door het beoefenen van de geestelijke disciplines. In de loop van de eeuwen is in de kerk een heel aantal van die geestelijke disciplines ontdekt en ontwikkeld. Al die disciplines kunnen we terugvinden in de Bijbel, maar in de loop van de geschiedenis zijn ze verdiept en verbreed. In hoofdzaak zijn er twee categorieën: disciplines van toewijding en disciplines van onthouding.

 

Disciplines van onthouding zijn: eenzaamheid, stilte,vasten, soberheid, orde, kuisheid, geheimhouding,offer.

Disciplines van toewijding zijn: bijbellezen (lectio continua), memoriseren, studie, gebed, viering, dienstbaarheid, gebed, gemeenschap, belijdenis, onderwerping, aandacht, ritme, lichamelijke oefening.

 

Al deze disciplines helpen ons om ruimte te maken voor en gericht te raken op de vernieuwende aanwezigheid van Jezus in ons hart en leven. Die oefenen zijn dus geen doel op zich, maar middelen om verbonden te raken, meer en meer, met de transformerende kracht van het Koninkrijk Gods.

 

Zou het geen goed idee zijn om op deze zondag, waarop we Jezus’ eerste wonderteken gedenken, een nieuw voornemen te maken of ons voornemen te vernieuwen om ons te oefenen in de gemeenschap met Christus, die ons alledaagse leven kan transformeren tot een leven in zijn Koninkrijk.

 

*Tenslotte nog dit. De kerkgeschiedenis leert ons, dat Johannes 2 veel christenen heeft geïnspireerd tot geestelijk leven en zelfs mystieke ervaringen. Vanmorgen heb ik daarvan een voorbeeld gegeven vanuit Dostojewski’s roman De broers Karamazow. Hij vertelt in zijn roman De broers Karamazow het verhaal van Aljosja, de jongste van drie broers, die is ingetreden in een klooster. Op een dag sterft de oude monnik (een starets heet dat in het russisch) Zosima, die voor Aljosja als een vader was. Aljosja gaat de rouwkapel binnen om over zijn meester te rouwen. Daar worden hardop Bijbelgedeelten gelezen, waaronder dat van vanmorgen. En op het moment dat dat gebeurt krijgt Alsjosja een visioen.

 

In dat visioen ziet Aljosjsa de gestorven starets. Die zegt: ‘Ja, dierbare, ik ben ook genood, genood en geroepen.’ ‘Laten we feestvieren, laten we de nieuwe wijn drinken, de wijn van een nieuwe, grote vreugde; zie je hoeveel gasten er zijn?’ ‘Wees niet bang. Schrikwekkend lijkt Hij ons in zijn grootsheid, verschrikkelijk in zijn verhevenheid, maar Hij is oneindig barmhartig, uit liefde is Hij onze gelijke geworden en viert Hij feest met ons, Hij verandert water in wijn om de vreugde van de gasten te laten voortduren, Hij verwacht nieuwe gasten, onafgebroken noodt Hij nieuwe gasten en dat tot het einde der tijden. Zie je, daar wordt al de nieuwe wijn gebracht, daar komen de nieuwe vaten al ..’

 

Aljosja heeft dus een visioen, maar meteen daarna krijgt hij een bijzondere mystieke ervaring en daarbij vallen twee dingen op. Allereerst gaat Aljosja midden in zijn ervaring de aarde kussen, terwijl hij uitzinnig zweert dat hij de aarde lief zal hebben, tot in alle eeuwigheid. ‘Drenk de aarde met je vreugdetranen en heb die tranen lief’, klonk het in zijn binnenste. Vervolgens blijkt de mystieke ervaring hem niet los te maken van de wereld, maar hem er juist midden in te zetten. Drie dagen later treedt hij uit het klooster, om gehoorzaam aan de starets, in de wereld te verblijven.

 

*Dat laatste is de spits van wat we tegen elkaar zeggen vandaag. Het gaat om trouw aan Christus, maar ook om trouw aan de aarde. Tot die levenshouding nodigt Johannes 2 ons uit. Gemeenschap met Christus, heel geestelijk, mystiek als het gegeven wordt aan de ene kant. Maar aan de andere kant: de gemeenschap met de wereld om ons heen. Net als Dostojewski: gericht op de hemel en trouw aan de aarde. Het is wel duidelijk van wie hij dat geleerd heeft. Van Jezus. Want dat is precies hoe hij verschijnt op de bruiloft van Kana en zo in de wereld en in ons leven.

 

Amen.

 

 

 

 

 
Volgende >