Home

Hartelijk welkom op de website van ds. Bas van der Graaf, predikant van de Jeruzalemkerk in Amsterdam-West.  Deze site bevat de teksten van preken, lezingen en artikelen. Ik hoop dat u er iets aan heeft. Uiteraard zijn de teksten pro Deo, maar als u ze waardeert, wilt u dan een gift voor het werk in de Jeruzalemkerk overwegen? U kunt die overmaken op postbankrekeningnummer 47.57.390 t.n.v. 'Protestantse Gemeente (inzake Jeruzalemkerk)'. Hartelijk dank! 

Johannes 2: 1-11 Het eerste wonderteken van Jezus (1) PDF Afdrukken E-mail

Verkondiging op zondagmorgen 17 januari 2010 in de Jeruzalemkerk te Amsterdam,

door ds. Bas van der Graaf

 

Orde van dienst

 

Welkom en mededelingen

 

Intochtslied: Psalm 111:1

 

Stil gebed

 

Bemoediging en groet

 

Zingen: Psalm 111:2 en 6

 

Fragment Avondmaalsuitleg

 

Zingen: Psalm 25: 6 en 7

 

Gebed en voorbeden

 

Bijbellezing:

 

-Jesaja 62: 1-5

 

-Johannes 2:1-11

 

Thema: Het eerste wonderteken van Jezus

 

Zingen: Gezang 157: 1 en 2

 

Preek

 

Zingen: Gezang 48: 3 en 9

 

Viering van het Heilig Avondmaal

 

-Gebed

 

-Viering

 

-Lezen Bijbelgedeelte

 

-Zingen: Gezang 48: 10

 

Dankgebed en voorbede

 

Inzameling van de gaven

 

Zingen: Gezang 166: 3 en 4

 

Zegen

 

Preek

 

Gemeente, gasten in ons midden,

 

Al eeuwen lang behoort Johannes 2 in de kerk tot de vaste lezingen voor de weken na Kerst. Eigenlijk dragen ál die verschillende lezingen hetzelfde kenmerk: ze laten iets zien van de essentie van het werk en de persoon van Jezus, wiens geboorte we met Kerst hebben gevierd. Ze openbaren ons dus, dat Jezus de Zoon van God, de Messias van Israël en de Redder van de wereld is. Vandaar dat deze periode Epifanie wordt genoemd, wat zoiets betekent als: openbaring. Openbaring van wie Jezus werkelijk is.

 

En de gedachte is, dat het goed is om ons elk jaar opnieuw op die essentie boodschap te richten. Waarom? Omdat we op die manier vanaf het begin van het zogenaamde kerkelijke jaar (dat begint met de Adventstijd) worden geroepen tot discipelschap, tot het leerling zijn van Jezus die de Messias is. En als we met deze wetenschap onze aandacht op Johannes 2 – het verhaal over de bruiloft in Kana- richten, dan snappen we al gauw waarom juist dít hoofdstuk zo’n prominente plaats heeft gekregen. Want juist dit hoofdstuk – dat ons het éérste van de tekenen van Jezus vertelt – laat ons de heerlijkheid van Jezus zien én spoort ons aan tot discipelschap. Het is kortom een hoofdstuk waar je als dominee gerust elk jaar in januari over zou kunnen preken zonder er ooit op uitgekeken te raken.

 

Vanmorgen laten we ons door het verhaal van de bruiloft te Kana dus bij de kern van het Evangelie van Jezus Christus brengen. De kern die aan het licht komt in dat wonderteken dat Jezus doet. Zijn éérste wonderteken. Wonderteken in de zin van: een teken dat boven zichzelf uitwijst, naar de heerlijkheid van het Koninkrijk van God en van de Zoon van God. Een teken dat – zoals Johannes ons in vers 11 voorhoudt – helpt om te geloven in hem die van dit teken de bewerker is. Jezus, de Zoon van God. Het is dus de moeite waard om ons vanmorgen als discipelen, als leerlingen, in deze geschiedenis te laten meenemen.

 

*Johannes neemt ons mee naar een bruiloft in Kana –een klein dorpje in Galilea- waar op een bepaald moment de wijn op is. Een gebeurtenis die Maria, de moeder van Jezus, in beweging zet. Ze gaat naar Jezus en zegt: ‘Ze hebben geen wijn meer’. Wij noemen dat bij ons in huis altijd een ‘constatief met een prescriptieve lading’. Zoals wanneer je zegt: de deur staat open. Dat is een constatering, maar je bedoelt het als een bevel: doe de deur dicht. Maria wil dus maar zeggen: jij moet voor wijn zorgen.

Maar waarom zou Jezus op dat dringende verzoek van Maria ingaan? Wel, háár redenen zijn wel duidelijk. Zij vindt dat het bruidspaar geholpen moet worden. Want een tekort aan wijn was niet alleen genant, het was (voor zover we dat nu weten) ook een overtreding. Bruiloften zaten destijds zo in elkaar, dat het cadeau dat de gasten meenamen als bijdrage voor het feest gold. Het was dus een wederzijdse afspraak: ik geef een cadeau, maar krijg dan ook een feest van een welomschreven niveau terug. Dat dreigt nu dus mis te gaan en Maria roept: Help! Een logische, menselijke reactie. Als we op dat niveau naar deze geschiedenis (blijven) kijken komen we echter niet verder dan een miraculeuze gebeurtenis. Op die manier heeft het verhaal ook doorgewerkt, tot in grappen toe. Deze vond ik op internet.

 

Een politieagent ziet een auto die ontzettend slingert. Hij geleidt hem naar de kant en zegt tegen de chauffeur: ‘Het lijkt er op dat u hebt gedronken.’

De bestuurder zegt: ‘Nee hoor agent, ik ben gewoon slaperig’.

De agent kijkt eens goed en ziet dat man achter het stuur een priester is. Maar hij ziet ook dat er lege fles op de grond ligt. Dus hij zegt: ‘Wat zit, of liever: wat zat er in die fles?’

De bestuurder zegt: ‘Water’.

Maar de agent zegt: ‘Niet waar, het was wijn.’

Waarop de priester zijn ogen ten hemel slaat en zegt: ‘O Heer, u hebt het wéér gedaan.’

 

Maar Jezus maakt met het in onze oren nogal bits klinkende ‘Vrouw, wat wilt u van me?’ duidelijk dat hij niet gekomen is om wonderdoener of probleemoplosser te zijn. Hoewel in de loop van zijn leven zal blijken, dat hij tot iedere hulp voor wat voor probleem ook in staat is, maakt hij hier, bij het éérste wonder wat hij verricht, heel helder wat wat hem betreft de betekenis van zijn wonderkracht is. ‘Mijn tijd is nog niet gekomen’, zegt hij en daarmee bedoelt hij, dat hij zich zal en wil houden aan een plan wat niet door zijn aardse moeder maar door zijn Hemelse Vader is bedacht. Het is een plan dat gericht is op redding van verloren mensen en de verheerlijking van God, zijn Vader. Dat plan is van een andere orde dan de o zo goed bedoelde hulpvaardigheid van zijn moeder. Het is een plan in de orde van zijn Vader in de hemel, die zijn Zoon naar de aarde zond opdat een ieder die in hem gelooft niet verloren gaat.

 

*Mijn tijd is nog niet gekomen, zegt Jezus dus. Nog niet, maar wel bijna. Want niet heel lang daarna gaat Jezus toch tot actie over en verandert op wonderlijke wijze water in wijn. Ik ga het verhaal niet opnieuw vertellen, maar wijs wel een paar bijzondere trekjes aan.

 

-Om te beginnen valt op, dat hij gebruik maakt van de dienst van mensen. ‘Vul de vaten met water’, zegt hij tegen de dienaren. Dat had hij niet hóeven doen, maar ook bij latere wonderen blijkt Jezus hier vaak wel voor te kiezen. Blijkbaar doet hij dat om ons mensen een geestelijke les te leren. J.C. Ryle –een anglicaanse bisschop uit de 19e eeuw- vatte dat eens zó samen: ‘De plichten zijn voor ons, de gebeurtenissen van God. Het is aan ons om de vaten te vullen met water, het is aan Jezus om er wijn van te maken.’ Een mooie doordenker!

 

-Wat verder opvalt is de overvloed. Zes stenen vaten van twee a drie metreten staan er. Bij elkaar tussen de vijf- en zeshonderd liter. Dat is rijkelijk veel voor het laatste stukje van het feest. Eén uitlegger meent dat het genoeg was voor 5 a 6 bruiloften. Het bruidspaar – dat waarschijnlijk arm was- hield er een mooi startkapitaal aan over. Maar vooral wordt duidelijk, dat er bij Jezus overvloed is. Dat zal Jezus later ook expliciet zo zeggen: ‘Ik ben gekomen om leven te geven in al zijn volheid.’

 

-En dan het derde wat opvalt: Johannes noemt dit gebeuren een wonderteken. Een téken dus. Dat wil zeggen: wat hier gebeurt is geen doel op zich (hoe fijn ook voor het bruidspaar), maar een gebeuren wat bóven zichzelf uitwijst. Jezus wil met die wonderteken iets laten zien. Wat dan? Johannes zegt het in vers 11: ‘zijn grootheid’. Letterlijker vertaald: zijn heerlijkheid. Zijn goddelijke glans dus, zijn bijzondere opdracht als Messias, zijn macht als Koning, zijn Zoon van God zijn. Dat is wat hier op het spel staat. Een wonder, dat ons helpt in Hém te geloven.

 

*Een wonder dat ons helpt in hém te geloven. Misschien is het goed om daar even een moment bij stil te staan. Want werkt dat ook zo, voor ons? Voor u, voor jou? Eerlijk gezegd weet ik dat niet zo zeker.

 

Kijk, voor Johanes en zijn medediscipelen werkte heb blijkbaar wél zo. In elk geval is dat wél wat hij zegt, als conclusie van dit gebeuren: ‘en zijn leerlingen geloofden in hem.’ De leerlingen hadden ook zo hun worstelingen om in Jezus te kunnen geloven, maar die wonderen hielpen hen over de grootste hobbels heen.

 

Voor veel mensen van later tijd en van vandaag – binnen en buiten de kerk – ligt dat volgens mij anders. Onze stadgenoot Spinoza schreef in de 17e eeuw al, dat wonderen het geloof eerder afbreken dan bevestigen. Wonderen maken mensen eerder tot atheïst dan tot gelovige. Spinoza zéi dat, omdat hij een rationalist was en al zijn hoop had gevestigd op de rede en op een God die samenviel met de natuurwetten. Een God die wonderen deed en dus niet trouw was aan zijn eigen natuurwetten was voor hem ongeloofwaardig en ondenkbaar. Dat was de 17e eeuw. Sindsdien heeft het denken niet stilgestaan, maar de moeite met wonderen is gebleven. Ondanks het feit, dat er ook weer een toenemende interesse is voor het onverklaarbare en het wonderbaarlijke (denk aan films en tv-shows waarin dat weer volop aan de orde is) lijken wonderen niet de meest effectieve middelen te zijn om mensen tot geloof in Jezus te brengen. Maar ook voor degenen die al geloven zijn wonderen vaak eerder een bron van twijfel dan van zekerheid. Ook ik heb daar last van.

 

Toch ben ik na zoveel jaar wel tot de conclusie gekomen dat juist de wonderen van Jezus duidelijk maken wie hij is. Ik heb geleerd om te buigen voor de boodschap van de Evangelisten, ook als het soms tegen mijn gevoel ingaat of het me niet helpt om te geloven. De God van de Bijbel is een God die wonderen doet en niet gebonden is aan natuurwetten. Daar kan ik van alles bij denken – en dat doe ik ook, zeker ook als ik er om bevraagd wordt – maar er achter terug kan ik niet. Het is en blijft een geheim, maar dat geheim laat ik helemaal staan vanmorgen.

 

*Jezus doet, op die bruiloft in Kana, dus een wonderteken. En hij doet dat op het moment dat ‘zijn tijd is gekomen’. Een minstens zo belangrijke vraag als die naar de feitelijkheid van dit wonder is daarom die naar betekenis ervan. Wat betekent het dat Jezus dit wonderteken op ‘zijn tijd’ doet?

 

Om die vraag te beantwoorden is het belangrijk om te beseffen, dat die uitdrukking ‘mijn tijd’(oudere vertalingen hebben ‘mijn ure’) in de loop van het Johannesevangelie elke keer terug komt. Al die verschillende keren dat dit gebeurt vormen samen een soort route die ons brengt bij het moment dat deze uitdrukking op de ultieme wijze wordt gebruikt. Dat is het moment, dat Jezus op de drempel van zijn sterven staan. Zo zegt hij in hoofdstuk 12: ‘De tijd is gekomen dat de Mensenzoon tot majesteit wordt verheven.’ Tot majesteit verheven. Dat klinkt veelbelovend. Nu zal Jezus dus zijn volle heerlijkheid en grootsheid tonen. Des te verrassender is het dan, dat Jezus er op laat volgen: ‘Waarachtig, ik verzeker u: als een graankorrel niet in de aarde valt en sterft, blijft het één graankorrel, maar wanneer hij sterft draagt hij veel vrucht.’ De eerste stap richting zijn verheffing tot majesteit is dus de dood en het graf. Zijn weg tot heerlijkheid loopt via het kruis.

 

En het wonderlijke is dus, dat dat wonderteken op dat bepaalde tijdstip op de bruiloft in Kana onlosmakelijk verbonden is met dat latere, beslissende tijdstip van de kruisiging en de opstanding. Het ene gebeuren kunnen we niet begrijpen zonder het andere. De overvloed, de herschepping, de vreugde waar het wonderteken van Kana naar verwijst zal er komen via die weg van Jezus dood aan het kruis en zijn ópstanding uit de dood. Robert Webber zegt het zo: ‘En zo is het bruiloftsfeest in Kana één van de gebeurtenissen in een lange reeks van manifestaties die leidt tot de uiteindelijke openbaring van Gods glorie in het Paasmysterie.’ Zo zeiden de theologen van de vroege kerk dat en wij mogen het ze nazeggen.

 

*Er gebeurt in Johannes 2 veel meer dan je op het eerste moment zou zeggen. Het gaat hier niet om een geïsoleerd wonder, bedoeld om te verbazen of te helpen. Het gaat hier om het eerste van een reeks wonderen, dat de deur opent naar het Koninkrijk van God. Als wij die het zien en horen door deze deur naar binnen gaan betreden we de nieuwe wereld van Gods ongekende mogelijkheden van vernieuwing en herschepping. Dit wonder is dus niet bedoeld om er bij te staan en er naar te kijken, maar om er gelovig in betrokken te raken en er diep in ons hart door te worden aangeraakt. Dit wonder nodigt uit tot verwondering, tot aanbidding, tot het volgen van Jezus, tot discipelschap, tot leven uit de genade van kruis en opstanding van Christus.


En daar ligt dan ook precies de verbinding met de viering van het Heilig Avondmaal deze zondag. Zo op het oog gebeurt daar niet zoveel bijzonders. Er gaat brood rond en we nemen één brokje; er gaat wijn rond en we drinken één slokje. Er klinken wat woorden, we zingen een lied. Dat is eigenlijk alles. Maar als we dit eenvoudige gebeuren van vanmorgen gaan zien en beleven in verbonden met die reeks tekenen die allemaal verbonden zijn met het Paasmysterie, dan wordt het een ander verhaal. Dan wordt dat beetje wijn van deze morgen op verborgen wijze verbonden met die overvloedige nieuwe wijn van de bruiloft te Kana, die weer verbonden is het bloed dat Christus vergoot aan het kruis, dat weer verbonden is met grote bruiloft van het Lam waar het laatste Bijbelboek ons een blik op laat werpen. Wat dat betreft kunnen we veel leren van de vroege kerkvaders (zoals Augustinus). Die zagen een duidelijke verbinding tussen Kana en alle mysteriën van het kruis, de opstanding, de kerk en de nieuwe schepping.’

 

De uitnodiging om deel te nemen aan het Avondmaal vanmorgen is dus een uitnodiging om ons te laten binnenleiden in de wereld van Gods wonderen, die Hij deed in en door Jezus Christus. Beseffen we dat? Verlangen we daarnaar?

 

*Iemand die het geheim van dit wonderteken heel goed begrepen heeft is de Russische 19e eeuwse schrijve Dostojewski. Hij vertelt in zijn roman De broers Karamazow het verhaal van Aljosja, de jongste van drie broers, die is ingetreden in een klooster. Op een dag sterft de oude monnik (een starets heet dat in het russisch) Zosima, die voor Aljosja als een vader was. Aljosja gaat de rouwkapel binnen om over zijn meester te rouwen. Daar worden hardop Bijbelgedeelten gelezen, waaronder dat van vanmorgen. En op het moment dat dat gebeurt krijgt Alsjosja een visioen.

 

In dat visioen ziet Aljosjsa de gestorven starets. Die zegt: ‘Ja, dierbare, ik ben ook genood, genood en geroepen.’ ‘Laten we feestvieren, laten we de nieuwe wijn drinken, de wijn van een nieuwe, grote vreugde; zie je hoeveel gasten er zijn?’ ‘Wees niet bang. Schrikwekkend lijkt Hij ons in zijn grootsheid, verschrikkelijk in zijn verhevenheid, maar Hij is oneindig barmhartig, uit liefde is Hij onze gelijke geworden en viert Hij feest met ons, Hij verandert water in wijn om de vreugde van de gasten te laten voortduren, Hij verwacht nieuwe gasten, onafgebroken noodt Hij nieuwe gasten en dat tot het einde der tijden. Zie je, daar wordt al de nieuwe wijn gebracht, daar komen de nieuwe vaten al ..’

 

Mooier kan ik niet zeggen wat de wereld is die Jezus ook voor ons heeft geopend met het wonderteken van de bruiloft te Kana. Dit teken is echt Epifanie, openbaring van de heerlijkheid van Christus, de heerlijkheid van zijn koninkrijk. De starets, Zosima, wist zich uitgenodigd en geroepen. Zo worden ook wij vanmorgen uitgenodigd en geroepen. Uitgenodigd en geroepen tot het feest dat Jezus voor ons ontsloten heeft en waar de vreugde van de gasten een voorproefje is van de eeuwig bruiloft die is beloofd.

 

Amen

 

 

 

 

 

 

 

 
< Vorige   Volgende >