Home

Hartelijk welkom op de website van ds. Bas van der Graaf, predikant van de Jeruzalemkerk in Amsterdam-West.  Deze site bevat de teksten van preken, lezingen en artikelen. Ik hoop dat u er iets aan heeft. Uiteraard zijn de teksten pro Deo, maar als u ze waardeert, wilt u dan een gift voor het werk in de Jeruzalemkerk overwegen? U kunt die overmaken op postbankrekeningnummer 47.57.390 t.n.v. 'Protestantse Gemeente (inzake Jeruzalemkerk)'. Hartelijk dank! 

Psalm 136 Een nieuw jaar in het ritme van Gods verbondstrouw PDF Afdrukken E-mail

Verkondiging op Nieuwjaarsdag 2010 in de Jeruzalemkerk te Amsterdam,

door ds. Bas van der Graaf

Orde van dienst

 

Welkom en mededelingen

 

Intochtslied: Gezang 397: 1tm 3

 

Stil gebed

 

Bemoediging en groet

 

Zingen: Gezang 397: 4 tm6

 

Geloofsbelijdenis

 

Zingen: Gezang 426: 1 en 3

 

Gebed

 

Bijbellezing:Psalm 136

 

Thema: Een nieuw jaar in het ritme van Gods verbondstrouw

 

Zingen: Psalm 117

 

Preek

 

Zingen: Psalm 136: 1, 2 en 13

 

Dankgebed en voorbede

 

Inzameling van de gaven

 

Zingen: Gezang 304

 

Zegen

 

 

Preek

 

Gemeente, gasten in ons midden,

 

Gisteren, op de Oudejaarsavond, keken we aan de hand van Psalm 136 terug naar wat achter ons ligt. Een bezigheid die in Israël bepaald niet alleen op de oudejaarsavond werd verricht. Integendeel: achterom zien, gedenken, vormt in zekere zin de basis van het geloof van Israël. Geloven betekent voor Israël: gedenken wat God in het verleden heeft gedaan en daar de beloften uit te putten dat hij in de toekomst niet anders zal doen omdat hij nu eenmaal onveranderlijk dezelfde is.

Wat daarbij van wezenlijk belang is –en dat blijkt ook heel mooi uit Psalm 136 – is dat het volk Israël zich in dat gedenken eerst en vooral richt op een aantal heel specifieke daden van God. Daden die zo veelbetekenend waren, dat ze daarmee ook bepalend werden voor de hele verdere geschiedenis. In die daden heeft God zozeer zijn wezen gelegd, dat wat hij toen deed exemplarisch is voor hoe hij ook later zal handelen.

 

Om welke grote daden van God gaat het volgens Psalm 136? Om te beginnen: de schepping. Daarover wordt gezongen in de verzen 4-9, met name over de schepping van het heelal. Maar vervolgens ook: uittocht uit Egypte, de doortocht door de woestijn en de intocht in het beloofde land Kanaän. Die gebeurtenissen worden bezongen in 10-24. Het was dé bepalende gebeurtenissen in de geschiedenis van het volk Israël, een gebeurtenis waar God zich voor het eerst liet zien als de grote bevrijder van zijn volk.

 

De schepping en de uittocht/doortocht/intocht dus. En het bijzondere is – en daar gaan we ons vanmorgen op richten – dat in de schepping en de geschiedenis een zelfde patroon, een zelfde geheim zichtbaar wordt. Het is het geheim dat in het refrein van deze Psalm – een refrein dat maar liefs 26 keer terug komt – wordt verwoord als: eeuwig duurt zijn trouw. En die woorden vormen dus onze Nieuwjaarstekst.

 

*Ja, die woorden vormen onze Nieuwjaarstekst. Want ook voor ons geldt: Gods daden uit het verleden bieden garantie voor de toekomst. En de woorden van het refrein van Psalm 136, waarmee het geheim van de schepping en de geschiedenis worden samengevat, vormen dus ook een belofte voor het nieuwe jaar. Zullen we even kijken wat de inhoud van deze belofte is?

In de vertaling die we vanmorgen hebben gelezen wordt hij zo vertaald: eeuwig duurt zijn trouw. Oudere vertalingen hebben: want zijn goedertierenheid is tot in eeuwigheid. Eerst dat woordje ‘want’. In de NBV is het weggevallen, maar het hoort er wel bij en het is belangrijk. Het geeft namelijk aan, dat er een verband zit tussen de dingen die gebeuren en het karakter van God. Dat karakter van God wordt hier beschreven met het woord trouw of goedertierenheid. Het is een veelomvattend woord, dat eigenlijk niet in één Nederlands woord is samen te vatten. Wat het hebreeuwse woord ‘chèsèd’ aanduidt is de verbondstrouw van God. Het drukt de trouw uit, waarmee God de beloften die hij bij zijn verbond heeft gegeven, vervult. Vandaar dat juist dit woord ook steeds een pleitgrond is waarmee bidders tot God komen. Bijvoorbeeld in Psalm 6: ‘verlos mij, omwille van uw goedertierenheid/ trouw’. Deze verbondstrouw van God is dus volgens Psalm 136 het diepste geheim van de schepping en van de geschiedenis.

 

En omdat God eeuwig is, is ook zijn verbondstrouw eeuwig. Dat woord komt in het refrein dan ook terug, maar eigenlijk is het overbodig. We mogen het dus als een onderstreping zien van wat eigenlijk al helemaal in die verbondstrouw zit opgenomen. En in elk geval helpt het ons om het refrein ook als een belofte voor de toekomst te zien. Gods verbondtrouw is eeuwig, voor altijd, onveranderlijk. Als Israël er op kon bouwen, kunnen wij het ook. Als Israël er hoop uit putte voor de toekomst, geldt dat ook voor ons.

 

Al met al een prachtige belofte: Eeuwig duurt zijn trouw. Zijn goedertierenheid is voor eeuwig.

 

*Eeuwig duurt zijn trouw. Die woorden vormen het refrein van Psalm 136. Maar liefst 26 keer komen ze terug en vormen zo een cadans, een ritme. En daardoor gebeurt er eigenlijk wel iets bijzonders. Want de verschillende elementen van de schepping, maar ook de verschillende gebeurtenissen bij de uit- en intocht, komen zo in het ritme van Gods verbondstrouw te staan. Wat betekent dat?

 

Wat dat betekent is, dat Psalm 136 ons er steeds herinnert onder de veelkleurigheid van de schepping en onder het grillige verloop van de geschiedenis het ritme van Gods verbondstrouw zit. En dat ritme geeft houvast, geeft structuur en houdt de dingen bij elkaar. De natuur is geen zinloos samenraapsel van dingen die toevallig ontstaan zijn, maar de schepping van een God die er een betrouwbaar ritme in heeft gelegd. De geschiedenis is geen optelsom van onsamenhangende gebeurtenissen, maar een samenstel van gebeurtenissen waarin toch het ritme van God trouwe te horen is.

 

Ik moet zeggen dat ik dat grote woorden vind. Want het zijn echte gelóófswoorden. Je ziet er namelijk vaak weinig van, van dat ritme van Gods trouw. In de schepping niet, met zijn grilligheden van het weer en van plotselinge natuurrampen. In de geschiedenis niet, met al die buitelingen en misdaden van mensen. Grote woorden dus, maar daarom precies de woorden die we in de kerk met elkaar delen. Onze Nieuwjaarswensen komen vaak niet verder dan wat we ons kunnen voorstellen: gezondheid, geluk, werk, liefde. Deze belofte stijgt daar boven uit, maar geeft wel heel veel richting. Wat we ook van het nieuwe jaar verwachten of hopen: dat God trouw eeuwig mag bepalend worden voor het dagritme van 2010. ‘Eeuwig duurt zijn trouw’. Die woorden mogen de basis zijn voor onze gebeden, voor onze plannen, voor onze wensen voor onszelf, voor onze kinderen en voor allen die ons lief zijn. Ze mogen de hartslag, het ritme van het Nieuwjaar vormen.

 

*In dat licht is het mooi om iets over het begrip tijd te zeggen. Kijk, voor het besef van vandaag is het begrip tijd eigenlijk leeg geworden. Het jaar wat voor ons ligt beslaat 365 dagen, 8736 uren, 524160 minuten, 31.449.600 seconden. Tijd die op allerlei manieren kan worden ingevuld of verspild. Maar zin heeft de tijd van zichzelf niet, die kan ze hooguit krijgen door ons.

 

Het Bijbelse besef van tijd is echter heel anders. Tijd is eerst en vooral gegeven tijd. God, onze schepper, geeft ons tijd. Tijd om te leven naar zijn beeld. Tijd om te worden wie we werkelijk zijn. En de tijd die God ons geeft is dus geen lege tijd, maar gevulde tijd. De tijd is gevuld met zijn trouw, zijn verbondstrouw. En het ritme van de tijd is dus in wezen niet het ritme van de dagen, de uren, de minuten,de seconden, maar het ritme van zijn trouw. De tijd – ook die in 2010 – heeft een refrein, dat telkens terugkeert: eeuwig duurt zijn trouw.

 

Dit besef vinden we terug in wat we in de kerk het ‘kerkelijk jaar’ noemen. Het kerkelijk jaar dat begint met Advent en zo ligt gegroepeerd rondom de grote christelijke feesten. Eigenlijk is dát de kalender waar we in 2010 mee moeten rekenen. We leven van Advent via Goede Vrijdag en Pasen naar Pinksteren. En al die feesten getuigen ervan: ‘eeuwig duurt zijn trouw’. Wim Barnard dichtte: ‘De kerk heeft zo haar eigen leven en gaat haar eigen bloedsomloop.’

 

Het kerkelijk jaar herinnert ons er dus steeds aan, dat de tijd geen lege maar gevulde tijd is. En om daar bij te komen, om daar mee verbonden te raken, met dat ritme van Gods trouw, zijn er de geestelijke disciplines. Geestelijke disciplines als: Bijbellezen (niet te vergeten: de Psalmen), bidden, stil worden, discipline, vasten, alleen zijn. In de kloosters was dát de zin van de strakke dagritmes rond lezingen en gebeden. Zo ver kan het buiten het klooster niet gaan. Maar wél is het mogelijk om, door het steeds weer beoefenen van de geestelijke disciplines niet alleen voortgejaagd te worden door de agenda maar ook te bewegen op het ritme van Gods trouw.

 

Vanmorgen vond ik een gedicht van Barnard, dat daar een paar mooie dingen over zegt. Het heet: Wat nodig is.

 

Wat nodig is? Heiligheid,

 

gewoon wat die monniken hadden

 

die het etmaal te barsten baden

 

als een ontkiemend zaad.

 

 

Heiligheid: niet meer weten

 

wie er gelijk heeft, God

 

liefhebben heden

 

hier in deze stad,

 

 

een porie in haar huid zijn

 

waardoor zij ademhaalt

 

of een molen die langzaam maalt,

 

een wateruurwerk, een tijdsein,

 

 

niet laat en niet vroeg zijn,

 

zo vanzelfsprekend

 

als ebbe en vloed:

 

schepping die rekent

 

 

met kwaad en met goed,

 

het een om te weten,

 

het andere om te doen,

 

tot het een is verzoend

 

en het ander vergeten.

 

*Psalm 136 is al met al een mooie psalm om het oude jaar mee af te sluiten en het nieuw jaar mee in te gaan. En vooral dat beloftevolle refrein mag ons vergezellen in alles wat er staat te gebeuren. Wat betekent dat praktisch? Ik zou het zo willen zeggen: laat het refrein – ‘eeuwig duurt zijn trouw’ – steeds het verhaal van uw leven onderbreken. Zoals die lange, doorlopende zinnen van de Psalm steeds onderbroken worden door het refrein, laat dat ook met uw leven het geval zijn.

 

Ik noem een paar voorbeelden. Voor sommigen zal ook 2010 een druk jaar worden, waarin veel staat te gebeuren. Dan is het heilzaam om steeds even te onderbreken – en weer stil te worden gezet bij de eeuwige trouw van God. Voor sommigen zal 2010 een jaar worden waarin de moeiten en de strijd doorgaan, met alle risico’s van dien. Maar steeds mag je dan weer terugvallen op het refrein ‘eeuwig duurt zijn trouw’. Velen van ons leven in het huwelijk, in een gezin, met alles wat dat meebrengt aan vreugde en zorg. Wat is het dan heerlijk om steeds weer te beseffen ‘eeuwig duurt zijn trouw’. En als 2010 ons laatste jaar wordt – dan kan toch, daar rekenen we toch wel mee? – dan mag het refrein van Psalm 136 ons slotlied zijn: ‘eeuwig duurt zijn trouw’. Een slotlied dat de zeker hoop biedt dat het loflied verder mag gaan voor de troon van God, de eeuwige God.

 

Het jaar 2010 zal in elk geval een jaar van onze Heer zijn. Een jaar waarin het ritme van Gods verbondstrouw bepalend zal zijn, dwars door alles wat uit de maat loopt heen. Daar mogen we op terugvallen. Daar mogen we in geloof van leven. Nu en voor altijd.

 

Amen

 

 
< Vorige   Volgende >