Home

Hartelijk welkom op de website van ds. Bas van der Graaf, predikant van de Jeruzalemkerk in Amsterdam-West.  Deze site bevat de teksten van preken, lezingen en artikelen. Ik hoop dat u er iets aan heeft. Uiteraard zijn de teksten pro Deo, maar als u ze waardeert, wilt u dan een gift voor het werk in de Jeruzalemkerk overwegen? U kunt die overmaken op postbankrekeningnummer 47.57.390 t.n.v. 'Protestantse Gemeente (inzake Jeruzalemkerk)'. Hartelijk dank! 

Psalm 136 Eeuwig duurt zijn trouw PDF Afdrukken E-mail

Verkondiging op Oudejaarsavond 2009 in de Jeruzalemkerk te Amsterdam,

door ds. Bas van der Graaf

 

Orde van dienst

 

Welkom en mededelingen

 

Intochtslied: Psalm 90:1

 

Stil gebed

 

Bemoediging en groet

 

Zingen: Psalm 90: 2 en 3

 

Geloofsbelijdenis

 

Zingen: ELB 374

 

Gebed

 

Bijbellezing: Psalm 136

 

Thema: Eeuwig duurt zijn trouw

 

Zingen: Gezang 225

 

Preek

 

Zingen: Psalm 136: 1, 2 en 13

 

Dankgebed en voorbede

 

Inzameling van de gaven

 

Zingen: Gezang 444

 

Zegen 

 

Verkondiging

 

Gemeente, gasten in ons midden,

 

De psalm die we vanavond hebben gelezen roept op tot het loven en prijzen van God. Het lied opent met een drievoudig ‘loof’ en het eindigt met een laatste keer ‘loof’. Een oproep om God te loven dus.

 

Maar wat gebeurt er als je zo’n Psalm om Oudejaarsavond leest? Op de avond waarop we traditiegetrouw achterom kijken naar wat het jaar ons gebracht heeft? In elk geval roept het lezen van die Psalm dan een vraag op. Deze vraag: gaven de gebeurtenissen van het afgelopen jaar ons reden om God te loven? Of was er eerder reden tot een klaagzang of een smeekgebed?

 

Het is bepaald niet vreemd dat die vraag opkomt. Want of het nu om de natuur gaat of om de geschiedenis, om het grote wereldgebeuren of ons eigen kleine leefwereldje, als je er een jaaroverzicht van maakt verschijnt er een opsomming vol tegenstellingen. Bij sommige gebeurtenissen hoef je geen moment te aarzelen om in een lofzang tot God uit te barsten – dat gaat bijna vanzelf – maar bij andere stokt het loflied al bij de eerste regel in je keel. Kortom: kun je op de Oudejaarsavond zo’n Psalm wel zomaar lezen zonder er een heel reeks mitsen en maren aan te verbinden? Is alles wat er gebeurt in de natuur en de geschiedenis daar niet veel te grillig voor?

 

Wat in elk geval duidelijk is, in deze Psalm, is de lofprijzing aan God niet wordt losgekoppeld van de natuur en de geschiedenis. Dat kun je ook doen natuurlijk: God loven en prijzen, maar dan op zo’n manier dat je als het ware even boven het gewone leven uitstijgt, je loszingt van de wirwar van dit tegenstrijdige leven. Maar dat gebeurt in Psalm 136 dus niet. De lofprijzing is juist verbónden met de natuur en de geschiedenis en is om die reden heel geschikt om op de Oudejaarsavond te lezen. Maar wat is dan het geheim van dit bijzondere loflied?

 

*Ja, wat is het geheim van dit bijzondere loflied? Wel, dat geheim zit in het refrein. Dat 26 keer terugkerende refrein ‘eeuwig duurt zijn trouw’. Of, in de oudere vertalingen: ‘want zijn goedertierenheid is tot in eeuwigheid’. Dat refrein draagt en doorgloeit dit hele lied. Een lied dat – als we wat beter kijken – over de schepping en de geschiedenis gaat.

 

Walter Brueggemann – één van de belangrijkste Bijbelwetenschappers van dit moment- schrijft over dit refrein het volgende. ‘De hele schets van het verleden wordt door dit refrein gelezen als een massa van bewijzen dat de wereld waarin Israël leefde en het leven van de schepping een transactie is van God elementaire trouw die weer een uitdrukking is van Gods karakter.’

 

Da’s een hele mondvol, maar het komt het er op neer dat het refrein van deze Psalm ons eraan herinnert dat de diepste zin van wat er in de natuur en in de geschiedenis gebeurt ligt in de trouw van God, de trouw van God die samenvalt met het karakter van God. Heel praktisch betekent dit, dat Psalm 136 ons onafgebroken oproept om bij het kijken naar de schepping en naar de menselijke geschiedenis te blíjven beseffen Gods trouw daar als een diep geheim doorheen geweven is en blijft.

Gods trouw. Zo vertaalt de NBV het hebreeuwse woord ‘chèsèd’. Dat woord kan ook vertaald worden met: goedheid, vriendelijkheid, genade, liefde. Het is een veelomvattend woord, dat in het OT vaak voorkomt en keer op keer de aanduiding blijkt van het wezen van de God van het verbond. Temidden van een wereld vol tegenstellingen, waarin gebeurtenissen elkaar opvolgen, elkaar soms versterken, elkaar soms afbreken, temidden van dat alles is er één echte constante: de trouw, de genade van God. Eigenlijk vormt dit refrein het hart van de geloofsbelijdenis, het credo, van Israël. Het is de belijdenis dat God eindeloos intitiatief neemt tot levens-veranderende en levens-garanderende acties van genade en liefde. ‘Eeuwig duurt zijn trouw’. Dat is het geheim van de schepping en van de geschiedenis.

 

*Laten we dan eerst eens kijken naar wat Psalm 136 over de schepping zegt. Daarover gaat het in 4 tm 9. Als we het refrein er tussen uit halen zien we dat er één lange zin staat, waarin van God gezegd wordt: ‘die wonderen doet, hij alleen, die de hemel maakte, met wijsheid, die de aarde uitspreidde, op het water, die de grote lichten maakte, de zon om te heersen over de dag, maan en sterren, om te heersen over de nacht.’

 

Wat meteen opvalt is, dat allereerst heel nadrukkelijk wordt gezegd, dat God wonderen doet. Wat God doet in zijn schepping gaat ten diepste ons begrip te boven. Zijn scheppende hand is een verborgen hand, een geheimzinnige hand. Voor ons mensen is zijn werk nooit helemaal te doorgronden. Het is en blijft een wonder. Toch zit er wel een zekere structuur, een zekere logica in wat hij maakt. Dat blijkt uit het woord wijsheid, in vers 5. Andere vertalingen hebben: verstand. Hoe ook vertaald, telkens als dit woord wijsheid in verband met de schepping gebruikt wordt in het Oude Testament (en dat gebeurt heel vaak), dan blijkt het te gaan om het besef dat er een zekere orde in de wereld zit. In de schepping is veel wat we kunnen narekenen, er zit een orde in waar we op kunnen vertrouwen, want in zijn schepping zette God de oerchaos naar zijn hand. Helemaal doorgronden kunnen we het nooit – de schepping blijft een wonder – maar er niets van snappen is ook niet aan de orde.

 

En dan de verzen 7-9, daar gaat het over de grote lichten – de zon, de maan, de sterren. In de oude wereld van het oosten werden die lichten vaak als goden aanbeden. Ze werden vergoddelijkt. Daar is in de belijdenis van Psalm 136 geen sprake van. De grote lichten zijn gemaakt door de schepper. Hij schiep ze om wat hij gemaakt heeft te verlichten, om het duister te verdrijven. Met andere woorden: God is groter dan de grote lichten en dus de enige die als God aanbeden kan worden.

En samengevat kan van de schepping worden gezegd: eeuwig duurt zijn trouw. Dragende trouw.

 

*In het jaar 2009 is nogal wat over de schepping te doen geweest. Het was het Darwinjaar en dat bleek aanleiding tot allerlei acties, binnen en buiten de kerk. De overtuigde ‘atheïst met een missie’ Daniel Dennett probeerde in zijn lijvige boek ‘Darwins gevaarlijke idee’ zoveel mogelijk mensen van hun scheppingsgeloof af te helpen. Andries Knevel zei op TV dat hij spijt had van vroegere al te stellige standpunten over de schepping, hetgeen anderen er toe aanzetten de punten nog maar weer eens flink op de i te zetten. Duidelijk was wel weer, dat het geloof in de schepping in onze tijd door atheïsten fel bestreden wordt maar ook bij christenen omgeven is met twijfel en aanvechting.

 

2009 was ook het jaar dat uitliep op de klimaattop van Kopenhagen. Een wereldtop die had moeten leiden tot vergaande afspraken over de terugdringing van CO2 uitstoot. Een uitstoot waar ook veel over te doen is. Volgens veel wetenschappers dreigt een soort point-of-no-return, met als gevolg een te grote opwarming van de aarde, met allerlei dramatische gevolgen van dien (allereerst voor de arme landen). Andere wetenschappers en politici geloven dat de opwarming van de aarde niks met menselijk ingrijpen te maken heeft. Hoe dan ook: het is maar weer eens gebleken hoe onvoorstelbaar moeilijk klimaatbeheer is, hoe klein wij mensen zijn en hoezeer grote belangen botsen.

 

Toch houdt Psalm 136 ons voor: Loof de Heer – eeuwig duurt zijn trouw. Mij helpt dat echt verder, moet ik zeggen. Tegenover atheïstische ontkenning en gelovige aanvechting over de scheppingsleer richt Psalm 136 het oog op het wonder, het geheim. Tegenover milieu-scepsis getuigt deze psalm van de enorme waarde van God schepping en spoort dus aan om alles wat de schepping bedreigt serieus te nemen. Maar tegenover allerlei doemscenario’s (denk ook aan de film 2012) klinkt deze hele psalm het steeds weerkerend refrein: ‘eeuwig duurt zijn trouw.’ God zal zijn schepping niet loslaten, maar haar dragen tot de dag dat hij een vernieuwde aarde schept.

 

*Psalm 136 helpt ons dus om God ook aan het einde van 2009 als Schepper te loven. Maar helpt de psalm ons ook om God als God van de geschiedenis te loven? Ik denk het zeker. Laten we maar eens kijken wat er in de verzen 10-22 staat. Kort samengevat gaat het daar over twee gebeurtenissen die voor het volk van Israël van fundamentele betekenis zijn geweest: de uittocht uit Egypte en de intocht in het beloofde land Kanaän. Als we het refrein even weglaten blijkt ook hier een lange zin te staan. Van de God van Israël wordt gezegd: ‘die Egypte trof, in hun eerstgeborenen en Israël wegleidde, uit hun midden, met krachtige hand en geheven arm; die de Rietzee spleet, in tweeën en Israël overbracht, daar midden doorheen en de farao met zijn leger achterliet, in de Rietzee.’ En van de doortocht door de woestijn en de intocht in Kanaän: ‘die zijn volk leidde, in de woestijn, die geduchte koningen versloeg en machtige koningen doodde, Sichon, koning der Amorieten en Og, de koning van Basan, en hun land weggaf, als bezit, als bezit aan Israël, zijn dienaar.’

 

Wat is de betekenis van deze opsomming? Om dat te begrijpen moeten we om te beginnen begrijpen dat de Psalm die we hier voor ons hebben liggen tussen de 1000 en 1500 jaar ná de bezongen gebeurtenissen geschreven werd. Het gaat hier dus bepaald niet om het jaaroverzicht van het jaar vierhonderdenzoveel voor Christus (zoals we ze deze dagen weer voorbij zagen komen). Nee, hier wordt geen actuele maar beslissende gebeurtenissen bezongen. Beslissende gebeurtenissen die niet minder dan openbaringen waren van Gods trouw en macht. Hier is dus sprake van gedenken – terugdenken aan beslissende gebeurtenissen uit het verleden. Waarom? Wel, omdat de Israëlieten op goede gronden geloofden dat de God die tóen deed wat hij deed vandaag de dag niet veranderd is en dus op dezelfde wijze zijn volk leidt, beschermt en redt. Als in de psalm stof wordt gezocht om God te loven om zijn leiding in de geschiedenis wordt die niet gevonden in de actualiteit maar in het verleden. Het verre, maar beslissende verleden!

 

*Het jaar 2009 was opnieuw een jaar waarin heel veel gebeurde. In ons eigen leven, in onze stad, in ons land, in de wereld. Even was ik geneigd om er een opsomming van te maken, om vanavond een paar karakteristieke dingen te noemen, om er een beetje een actuele dienst van te maken. Maar om te beginnen besefte ik dat ik niet zou weten wat ik moest kiezen en dat kranten en tv-programma’s dat allemaal veel beter doen dan een dominee. Maar bovenal beseft ik door psalm 136 dat het ook helemaal niet strikt noodzakelijk is om God op Oudejaarsavond te kunnen loven. Natuurlijk is het goed om straks, in onze gebeden, concrete dingen te noemen en dat gaan we ook proberen. En in een moment van stil gebed kunnen we daar dan onze eigen, persoonlijke dingen aan toevoegen. Dat is allemaal heel goed.

 

Maar de basis van onze lofprijzing is toch, dat God in de geschiedenis een aantal beslissende dingen heeft gedaan die voor ons vandaag nog steeds van beslissende betekenis zijn. De grote momenten in de geschiedenis van Israël –de uittocht, de intocht- ze zijn nog steeds heel belangrijk voor het joodse volk, maar ook voor de kerk. Maar in het verlengde daarvan en daar bovenop vallen wij toch steeds terug op de grote dingen die God in Jezus Christus heeft gedaan. Wij geloven en belijden dat God in de zending van zijn Zoon beslissend heeft ingegrepen in de wereld. We hebben net het kerstfeest gevierd, het feest waarin we gedenken dat God in het menselijke vlees is gekomen. Het woord is vlees geworden, zegt Johannes aan het begin van zijn Evangelie. Die gebeurtenis is van beslissende betekenis, ook voor alles wat er in 2009 is gebeurd. Dat Gods trouw eeuwig duurt – het refrein van Psalm 136! – is nooit duidelijker, nooit beslissender, nooit overtuigender zichtbaar geworden dan in de verschijning van Jezus Christus. ‘Want God had de wereld zó lief, dat hij zijn enige Zoon heeft gegeven, opdat iedereen die in hem gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft.’

 

*Op deze Oudejaarsavond worden we door Psalm 136 aangespoord om de lofprijzing gaande te houden. We worden opgeroepen om God te prijzen om zijn eeuwigdurende trouw, die hij bewijst in de schepping en in de geschiedenis.

 

Ja, we worden aangespoord de lofprijzing gaande te houden. Niet allereerst om wat we zien op dit moment, of om wat we zagen in 2009, maar om wat we hoorden over Gods wonderen in de schepping en in de geschiedenis. Wonderen vanouds, soms eeuwen oud. Maar als we dat dan doen –luisteren en loven- dan gaan we als vanzelf anders kijken naar wat om ons heen is, wat er in ons leven gaande is. De natuur om ons heen is niet – zoals evolutionisten als Dawkins en Dennett verkondigen – zonder zin of richting. Nee al lovend gaan we ook zien dat het vol wonderen is om ons heen. Onbegrijpelijke wonderen, die alle reden tot lofprijzing geven. En onze geschiedenis –van onszelf, van onze familie, van ons land, van onze wereld – is geen onverbonden reeks van op zichzelf staande gebeurtenissen, maar het jaar 2009 was een jaar van onze Heer. Het was Anno Domini 2009. Zelfs als wíj niets meer ontwaren dan chaos en mislukking blijft ook voor 2009 gelden: eeuwig duurt zijn trouw.

 

Vanavond weven we onze herinneringen aan het afgelopen jaar in in de herinneringen aan de grote daden van God in het verleden: schepping, uittocht, doortocht, intocht, de komst van Christus. Zo weten we ons leven opgenomen in een groot verhaal, het grote verhaal dat God schrijft met zijn schepping, met zijn wereld, op weg naar zijn koninkrijk. Zo zien we ook in of achter of onder de gebeurtenissen van het afgelopen jaar de eeuwigdurende trouw van God oplichten. Zo hebben we altijd stof om God te loven, zo houden we de lofprijzing gaande. ‘Loof de Heer, want hij is goed, loof de allerhoogste God, loof de oppermachtige Heer.’

 

Amen

 

 

 

 
< Vorige   Volgende >