Hartelijk welkom op de website van ds. Bas van der Graaf, predikant van de Jeruzalemkerk in Amsterdam-West. Deze site bevat de teksten van preken, lezingen en artikelen. Ik hoop dat u er iets aan heeft. Uiteraard zijn de teksten pro Deo, maar als u ze waardeert, wilt u dan een gift voor het werk in de Jeruzalemkerk overwegen? U kunt die overmaken op postbankrekeningnummer 47.57.390 t.n.v. 'Protestantse Gemeente (inzake Jeruzalemkerk)'. Hartelijk dank!
| Jesaja 9:5 en 6a Kind van onze dromen |
|
|
|
|
Verkondiging op kerstavond 2009 in de Jeruzalemkerk te Amsterdam,
door ds. Bas van der Graaf
Programma
Samenzang voorafgaand aan de dienst:
-Gezang 138: 1 en 2 Komt allen tezamen
-Gezang 134: Stille Nacht
-Gezang 134: 1 en 2 Eer zij God in onze dagen
Welkom en toelichting op de dienst
Bemoediging en groet door de predikant
Onze hulp is in de naam van de Heer,
die hemel en aarde gemaakt heeft
die trouw blijft van geslacht tot geslacht
en tot in eeuwigheid.
Genade zij u, en vrede
van God , onze Vader,
van Jezus Christus, de Heer
en van de Heilige Geest.
Amen
Samenzang Gezang 125 O kom, o kom Immanuël
Gedicht: Laat het vanavond gebeuren (Huub van der Lubbe, zanger van De Dijk)
Zingen: O Holy Night (Cantique de Noel)
Lezing: Lucas 2: 1-7
Koor: This is the Day
Gedicht: Dat zou mooi zijn (Huub van der Lubbe, zanger van de Dijk)
Zingen: Gezang 132 Er is een roos ontloken
Lezing: Jesaja 9: 1-7
Zingen: Gezang 145: Nu zijt wellekome
Preek over het thema: Kind van onze dromen
Muzikaal meditatief moment
Inleiding tot de gebeden
Gebeden:
-Gebeden voor de wereld, de stad en ons leven
-Moment van stilte
-Gezamenlijk gesproken Onze Vader
Onze Vader die in de hemelen zijt,
uw naam worde geheiligd;
uw Koninkrijk kome;
uw wil geschiede, gelijk in de hemel alzo ook op de aarde.
Geef ons heden ons dagelijks brood;
en vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren;
en leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze.
Want van U is het Koninkrijk
en de kracht
en de heerlijkheid
tot in eeuwigheid.
Amen.
Collecte voor project ‘Thuiskomen’
Met project ‘Thuiskomen’ in gebouw Westerwijk biedt de Jeruzalemkerk al jaren een warme plek voor mensen uit de buurt. Vele honderden kinderen met allerlei culturele achtergronden namen inmiddels deel aan de geboden programma’s en jongeren hebben een eigen plek in The Mall. Inmiddels ontstaat hier, op aandrang van met name de ouders van de kinderen, een nieuwe multi-etnische kerkelijke gemeenschap.
Lezing: Lucas 2: 8-20
Slotlied: Ere zij God (Staande)
Zegen door de predikant
De HEER zal u zegenen en behoeden.
De HEER zal zijn aangezicht over u doen lichten en u genadig zijn.
De HEER zal zijn aangezicht over u verheffen en u vrede geven.
Amen
Preek
Gemeente, gasten in ons midden,
Die gedichten van Huub van der Lubbe verwoorden een verlangen dat juist op kerstavond volop wordt aangeraakt. Een verlangen, een droom die –getuige al die liedjes en gedichten die er over gemaakt zijn – diep in ons hart verankerd is. Het is een verlangen naar een wereld die héél is. Een wereld waar de honger is gestopt, de armoede verdwenen, de wapens zijn gedropt, de oorlogen beëindigd, evenals de haat en het geweld, waar woestijnen bloeien, oceanen schoon zijn, waar ziekte en pijn niet meer bestaan. Kortom: een wereld van vrede. En ingeweven in dat grote verlangen voor de wereld liggen dan onze eigen dromen over het leven. Het leven van onszelf, van onze kinderen, onze vrienden of van die ene die ons zo na aan het hart ligt. Dromen van een vruchtbaar leven, een plek onder de zon, een vredig hart, een goede balans tussen werken en rusten, een leven dat zin en richting heeft. En ergens diep van binnen zit die hoop die in het eerste gedicht werd verwoord: laat het vanavond gebeuren, wat niet voor de hand ligt, maar waar iedereen op wacht. Die hoop die in je kinderhart werd gezaaid als op kerstavond de lichtjes brandden en de warme chocolamelk dampte. Een naïeve hoop misschien, maar onuitroeibaar, omdat we het graag wíllen geloven.
Maar ondertussen zitten we hier vanavond ook met de onrustige en pijnlijke wetenschap van dromen die vervlogen of aan stukken braken. 2009 was het jaar waarin de droom van een altijd maar groeiende economie een illusie bleek, waarin bleek dat d honger in de wereld groter is dan ooit, waarin de klimaattop in Kopenhagen grotendeels mislukte, waarin de griep leek mee te vallen maar drachtige geiten moeten worden geruimd. Een jaar waarin veel dromen illusies bleken. Ook onze eigen dromen misschien. Die baan bleek geen droombaan, je grote liefde toch een illusie, de toekomst waar je kind voor koos een andere dan waar jij van droomde, je gezondheid brozer dan je dacht, je energie minder dan je nodig had voor je plannen en tussen droom en daad stonden wetten in de weg en praktische bezwaren.
Dat alles wordt vanavond aangeraakt. Toch?
*Die Bijbeltekst uit Jesaja brengt ons ook in een sfeer tussen werkelijkheid en dromen. Het is de achtste eeuw voor Christus en de bewoners van het kleine land Israël voelen zich beklemd tussen de wereldmachten. Het noordelijke deel van het land was ingenomen door de Assyriërs, een grootmacht met expansiedrift. In het zuiden was er de dreiging van Egypte. En later in die eeuw zouden de Babyloniërs opkomen, om de wereldheerschappij over te nemen. Dat drukkende juk, die zweep van de drijver, die stampende laars en die mantel waar bloed aankleeft zijn dus veel méér dan beeldspraak. Ze beschrijven de realiteit van een donkere en dreigende wereld, vol geweld, verdrukking en ellende. En Jesaja, de profeet die midden in die tijd staat, verkondigt in vele profetieën dat het voorlopig niet beter zal worden, integendeel. Eens zal ook Jeruzalem vallen en het zuidelijke deel van het land zal worden verwoest. Sombere perspectieven dus. Maar midden in al die somberheid is er opeens deze profetie, in het negende hoofdstuk, die opklinkt als een lied van licht en hoop. Er klinken woorden van licht, van diepe vreugde, van bevrijding, van vrede zonder einde, van recht en gerechtigheid. Dezelfde woorden waar dichters van dichten en zangers van zingen en die resoneren in ons hart.
Woorden die dus aansluiten bij het verlangen van ons hart, bij dat waar iedereen op wacht. Maar dan vraag ik me meteen af: wat zijn die woorden dan eigenlijk waard? Als ze niet méér zijn dan woorden die opkomen uit het algemeen menselijk verlangen, hoeveel houvast geven ze dan? Dat is een heel reële vraag. Maar juist die vraag brengt ons ook meteen bij het geheim van deze profetie. Want juist deze profetie blijkt groter te zijn dan de dromen van de mensen in de tijd van Jesaja. Eén van de uitleggers van deze tekst schreef ongeveer dit: ‘Hoezeer deze woorden ook in het verlengde van de algemeen menselijke hoop lijken te liggen, als we goed lezen ontdekken we dat hier iets aan de orde is wat het algemeen menselijk overstijgt. Deze woorden komen van een andere kant. Ze komen van boven.’ En zo zijn ze de eeuwen door ook altijd opnieuw verstaan. Als woorden die ónze dromen en verlangens overstijgen.
*Woorden die ónze dromen en verlangens overstijgen. Maar waar blijkt dat dan uit? In elk geval hieruit, dat de droom bij Jesaja niet vaag en abstract blijft, maar dat hij wordt belichaamd door een kínd dat wordt geboren. Al die grote woorden van licht en vrede zijn verbonden met deze woorden: ‘Een kind is ons geboren, een zoon is ons gegeven; de heerschappij rust op zijn schouders.’
Hoe moeten we deze woorden lezen? Wel, om te beginnen is het goed om te beseffen, dat ze in de verleden tijd staan, maar dat ze gáán over een gebeurtenis die nog moet plaatsvinden. Dat is een merkwaardige manier van zeggen, die je vaker vindt bij de Bijbelse profeten, maar die wel heel veelzeggend is. Want door over toekomstige gebeurtenissen in de verleden tijd te spreken benadrukten de profeten dat hun woorden zéker zouden uitkomen. Hier wordt dus een kind beloofd dat zéker geboren zal worden.
Wat verder opvalt is, dat het bij dit kind om een kóning gaat. Het gaat om een koning aan wie de heerschappij over de wereld wordt gegeven. En bij zijn troonsbestijging ontvangt hij een aantal troon-namen: Wonderbare raadsman, Goddelijke held, Eeuwige vader, Vredevorst. Prachtige namen zijn dat, die evenzoveel beloften inhouden over de wijze waarop hij koning zal zijn en zal regeren. Bij deze koning is wijze raad te vinden, hij is opgewassen tegen vijanden waar wij het onderspit tegen moeten delven, hij zorgt voor zijn volk en zijn regering is garantie voor vrede. Over elk van die namen zou ik een hele preek kunnen houden, maar ik zou zeggen: mediteer er zelf tijdens de kerstdagen nog eens over, beluister ze nog eens in de Messiah van Handel, lees ze voor tijdens het kerstdiner, praat er nog eens over met elkaar, want ze geven de essentie weer van het kind dat hier beloofd wordt. Wonderbare raadsman, Goddelijke held, Eeuwige Vader, Vredevorst.
En besef daarbij bovenal dit: dit kind is ons gegeven. Dat wil volgens Jesaja zeggen: van hogerhand, door Godzelf. Hier staat maar niet een koning op, hier wordt maar niet een koning gekroond, nee, deze koning wordt gegéven. Door God.
*Een kind is ons geboren. Een zoon is ons gegeven. Eeuwenlang hebben mensen in Israël deze woorden als een kostbare belofte gekoesterd. En hoewel velen onderweg de hoop verloren, waren er altijd weer mensen die bleven uitzien naar de vervulling van deze profetie. Op allerlei momenten dachten ze ‘ja, dat is hij’ maar dan bleek dat toch niet zo te zijn.
Totdat er, nu 2000 jaar geleden, een man door het land begon te trekken die wél aan de door de profeten gewekte verwachtingen voldeed. Hoe meer hij zei en hoe meer wonderen hij verrichtte, hoe meer mensen gingen geloven dat hij het was. Dat geloof sloeg om in twijfel en ongeloof toen deze man aan een Romeins kruis geëxecuteerd werd. Voor velen werd de hoop alsnog de bodem ingeslagen. Totdat er geruchten de ronde gingen doen over een wonderbaarlijke wending. Er waren vrouwen die het graf waarin hij lag leeg hadden gevonden, maar daar van een engel hoorden ‘hij is hier niet, hij is opgestaan’. En dat dát waar was werd niet lang daarna bevestigd, toen hij aan hen verscheen, inderdaad als de opgestane. En ze waren niet de enigen: ook aan zijn leerlingen verscheen hij en uiteindelijk aan 500 mensen in één keer, zo vertelt Paulus in een van zijn brieven.
En déze mensen, die dit meemaakten, gingen teruglezen in de oude profetieën, zoals die van Jesaja 9. En ze konden maar één ding concluderen: hij ís het. Dat kind, de koning waar Jesaja van sprak, was niemand anders dan Jezus. Hij was het kind van die oude dromen. Hij is de Messias, de koning door wie het vrederijk van God zou komen. Een kind is ons geboren, een zoon is ons gegeven en zijn naam is Jezus! Met dat nieuws gingen zij de wereld in en daarom zitten wij nu hier.
En dat is dus de essentie van het Kerstfeest. Dat het kind, dat werd geboren in Bethlehem, het kind van Gods beloften is en daarom het kind van ónze dromen kan zijn. Dat is het verhaal wat we in de kerk vertellen, moeten vertellen, ook vanavond.
*Wat betekent dit nu voor ons? En wat vraagt dit van ons?
Wat dat laatste betreft: de gepaste reactie op deze geboorte is ‘aanbidding van de koning’. Tenminste: dat is wat in alle Evangelieverhalen én in alle kerstliederen steeds centraal staat. Zo zijn we de dienst ook begonnen: ‘Komt laten wij aanbidden, die Koning’. Aanbidden. Aanbidding is het mooiste wat je in je het leven kunt doen. Dat merk je al als je verliefd wordt en een meisje aanbidt. Of als je van een voetbalclub of een automerk houdt. Aanbidding is dan overgave en ten diepste leven we daarvoor. Maar aanbidding van Jezus en van zijn Vader die hem zond blijkt óók heel moeilijk te zijn. Omdat het moeilijk is om te geloven dat Hij is wie de Bijbel zegt wie Hij is. Maar vooral omdat we wel aanvoelen dat hém aanbidden je je autonomie kost. Daarom schrikken velen er voor terug. Ik zou zeggen: doe dat niet, want overgave aan deze koning geeft je vrede en ook vrijheid. Komt, laten wij aanbidden.
Wat betekent het nog meer dat ‘ons een kind is geboren en een zoon is gegeven.’? Ik zou het zo willen zeggen: dat kind is het ankerpunt van onze dromen van vrede. Kijk, Huub van der Lubbe besefte in zijn gedicht dat zijn liedjes niet opgewassen zijn tegen de gebrokenheid van de wereld. Maar dat geldt niet alleen voor liedjes, het geldt ook voor wát voor menselijke inspanningen of idealen ook. Hoe wij ons ook inspannen en hoe we ook dromen, wíj mensen kunnen de wereld niet redden. Daarvoor zit het kwaad eenvoudig té diep in de structuren van de wereld en –als we eerlijk zijn – ook in ons eigen hart. We zijn niet eens in staat de treinen op tijd te laten rijden als het een paar dagen sneeuwt.
Maar het Evangelie van het kind dat ons is geboren en de zoon die ons is gegeven verzekert ons ervan dat Gód is gekomen. Híj heeft in dat kind een nieuw begin gemaakt. In Hém is het recht en de rechtvaardigheid, de verzoening en de vrede in deze wereld geboren. Dat nieuwe begin heeft doorgewerkt – in harten van mensen die Jezus gingen volgen, in gemeenschappen die daardoor ontstonden en zelfs in onze Europese cultuur die christelijk werd. En dit is de belofte: eens komt de dag komt, dat het koninkrijk van deze koning in alle volheid op aarde zal doorbreken. Niet van onderaf, vanuit ónze dromen of goede bedoelingen, maar van bovenaf, volgens het plan van God. Dat is de belofte van kerst!
En wat betekent dát dan weer? Dat we moed mogen putten voor ons leven. Het leven is vaak vol strijd, vol teleurstelling, vol gevoelens van machteloosheid over wat we niet kunnen veranderen. Maar dit kind dat ons is geboren, deze zoon die ons is gegeven, vernieuwt onze dromen en geeft moed om ze na te jagen. En als we deze koning gaan dienen ervaren we daadwerkelijk wat het betekent dat hij een wonderbare raadsman, een sterke held, een eeuwige vader, een vredevorst is. Dat zijn maar geen woorden, dat is een levende realiteit, inspirerend en motiverend. Onder zijn heerschappij vind je moed om te zingen, te vechten, te huilen, te bidden, te lachen, te bewonderen. Want sinds de geboorte van dit kind, van deze Zoon, hoeft geen mens meer eenzaam in de wereld te staan. Dit kind is het kind van ónze dromen.
Amen
Inleiding op de gebeden
In deze dienst is wel duidelijk geworden hoezeer zangers en dichters vaak de verlangens van ons hart verwoorden. En míj gebeurt het vaak (maar dat is misschien beroepsdeformatie) dat ik bij zo’n tekst denk: dat lijkt net een gebed. In elk gebeurde dat me pas weer een keer toen ik na het overlijden van Ramses Shaffy alle liedjes die ik van hem op mijn Ipod heb staan weer eens luisteren. Toen kwam dat ene liedje voorbij, waarin voortdurend één zinnetje wordt herhaald. Het zinnetje: ‘voor degene …’ en dan volgt een omschrijving. Die woorden ‘voor degene’ gebruiken we in kerk als we bidden anderen en dat raakte me nogal. Want dat lied van Ramses verwoordt veel van waar ook wij vanavond aan moeten denken. Daarom hebben we besloten dit lied een plek te geven in deze dienst, als opmaat naar de gebeden. Hoe we dat doen zult u zo wel merken. Na dat lied gaan we over tot de gebeden. Na het aansteken van een kaars zullen we in drie blokjes bidden voor de wereld, voor de stad en voor ons leven. Na een moment van stilte sluiten we af met een hardop gesproken Onze Vader, waarvan u de tekst in het programmaboekje vindt. Nu dus eerst dat lied ….
|
| < Vorige | Volgende > |
|---|








