Hartelijk welkom op de website van ds. Bas van der Graaf, predikant van de Jeruzalemkerk in Amsterdam-West. Deze site bevat de teksten van preken, lezingen en artikelen. Ik hoop dat u er iets aan heeft. Uiteraard zijn de teksten pro Deo, maar als u ze waardeert, wilt u dan een gift voor het werk in de Jeruzalemkerk overwegen? U kunt die overmaken op postbankrekeningnummer 47.57.390 t.n.v. 'Protestantse Gemeente (inzake Jeruzalemkerk)'. Hartelijk dank!
| Maleachi 3 en 4 Adventsverwachting van Malechi |
|
|
|
|
Verkondiging op zondag 6 december 2009 in de Jeruzalemkerk te Amsterdam, door ds. Bas van der Graaf
Serie: Oude profeten spreken over een nieuwe toekomst
Orde van dienst
Welkom en mededelingen
Voorbereiding
Intochtslied: Gezang 124: 1 en 2 (orgel)
Stil gebed
Bemoediging en groet
-Aansteken van de kaars en ophangen plaat
Lofprijzing en aanbidding
- Gezang 124: 3 en 4 (orgel)
- Opwekking 638 Prijs Adonai (band)
- Kinderlied: Alle eer aan God
Nadering tot God
-Gebod van God: 1 Petrus 4: 12-19
-Gebed om vergeving en vernieuwing
-Zingen (band): Opwekking 595 Licht van de wereld
(Kinderen nevendienst)
Voorbeden
-Voorbeden
-Lied: Psalm 73: 1 en 3 (orgel)
Het Woord van God
Bijbellezing: -Maleachi 2:17-3:5 en 4:1-6
-Vocaal Ensemble: O the downward road
-Lucas 1: 5-17
Tekst voor de verkondiging: Maleachi 3:1 en 4:2
Verkondiging, met als thema: De Adventsverwachting van Maleachi
Ons antwoord
Zingen: Gezang 67: 1 en 3 (orgel)
Dankgebed
Inzameling van de gaven
Zingen: Psalm 98: 1 en 4 (orgel)
Zegen
Inleiding op de Bijbellezing
In onze adventsserie Oude profeten zien een nieuwe toekomst lezen we vanmorgen uit de profetieën van Maleachi. Maleachi leefde ergens in de vijfde eeuw vóór Christus, waarschijnlijk wat later dan de profeet Zacharia waar we vorige week naar luisterden. De naam Maleachi betekent ‘mijn bode’, een uitdrukking die ook in hoofdstuk 3:1 terugkomt. Het lijkt er dan ook op, dat Maleachi geen eigennaam is maar een functienaam. Hoe dan ook: het was de tijd ná de grote crisis die het volk Israël had getroffen: de ballingschap naar Babel. Inmiddels was een flink deel van het volk weer teruggekeerd en aan de wederopbouw begonnen. Een wederopbouw, die met veel verwachting gepaard ging. Verwachting van een nieuw begin, dat zou leiden tot een nieuwe tijd van vooral ook geestelijke bloei. Die geestelijke bloei was echter niet gekomen. Het volk was weer in allerlei oude zonden gevallen en zelfs onder de vromen en getrouwen was er een sfeer van cynisme en twijfel ontstaan: maakt het eigenlijk wel uit om God te dienen, als gelovigen en niet gelovigen op dezelfde manier gezegend lijken te worden. Met dat soort vragen begint onze lezing vanmorgen en ze vormen de aanleiding voor een antwoord van de profeet. Een antwoord dat onze blik met die van de Israëlieten op de toekomst richt. De toekomst van de Messias en zijn Rijk. We lezen Maleachi 2:17-3:5
Verkondiging
Gemeente, gasten in ons midden,
De profeet Maleachi (zo noemen we hem toch maar) is in gesprek met mensen die het moeilijk vinden om nog in God te geloven. Sommigen hebben het geloof inmiddels verloren, anderen geloven het nog wel maar zijn cynisch geworden. In elk geval herkennen ze zich allemaal in de vraag: wat maakt het uit om in God te geloven? Want of we ons nu wel aan de geboden van God houden of niet, het maakt voor het succes in je leven geen verschil. De niet-gelovigen en zelfs de echte goddelozen gaat het net zo veel (of weinig) voor de wind als degenen die dag en nacht de wil van God zoeken en proberen te doen. Dus wat maakt het eigenlijk uit? Is God er wel? Kijkt hij nog wel naar de wereld om? En zal er ooit nog eens een dag komen dat het verschil wél zichtbaar wordt?
Ik denk dat we deze twijfels allemaal wel zullen begrijpen. Zelfs de tieners in de kerk. Misschien ben jij wel de enige christen in je klas. Al je klasgenoten geloven niks of ze geloven wat anders. Maar merk je nou verschil als er een repetitie is? Haal je dan als christen een beter cijfer dan die anderen (er even van uitgaand dat je het geleerd heb)? Nee. Zelfs de etter van de klas, die zich nergens wat van aantrekt, kan zomaar een heel goed cijfer halen. En dan denk je wel eens: wat helpt het eigenlijk om te geloven? Wat maakt het allemaal uit?
Vanmorgen luisteren we naar het antwoord van Maleachi. Hij heeft al die twijfels bij zijn volksgenoten heel goed gehoord en hij gaat met ze in gesprek. En de kern van wat hij zegt is: er komt een dag dat God zó overduidelijk zal komen, dat niemand er meer aan zal twijfelen of het verschil maakt om wel of niet naar de wil van God te leven. Nu is God misschien verborgen, maar er komt een dag dat Hij voor iedereen te zien is en dat zal een einde maken aan de twijfel. Die dag zal zéker komen. Maar wat brengt die dag? En hoe kunnen we ons daarop voorbereiden?
*Laten we maar gewoon beginnen bij het begin, bij 3:1. Daar horen we God zelf met zoveel woorden zeggen dat hij zal komen.
En het eerste wat ik onderstreep is dat hij naar zijn tempel zal komen. Hij komt niet zomaar in de wereld, of naar het volk, nee, hij komt naar zijn tempel. Naar de plek die voor Israël het kloppende hart van het leven en de samenleving was. De plek, waar de offers worden gebracht en waar de wet van God wordt onderwezen. Het geestelijk centrum van het volk van God dus. Daar komt God allereerst naar toe. Daar kom ik straks op terug.
Eerst kijken we er naar in welke gestalte God eigenlijk komt. Dat is een beetje verwarrend in vers 1, want het lijkt erop dat er drie gestalten komen. Eerst komt er een bode, die de weg voor God komt effenen. Dat was voor oosterlingen een bekend beeld. Als de koning ergens op bezoek ging, stuurde hij eerst boden vooruit, om de weg te effenen. Dat gebeurde ook heel letterlijk: de weg waar de koning overheen zou reizen werd vlak gemaakt, kuilen werden gedicht, stenen verwijderd. Zo kon de koning ongehinderd reizen. En daarbij kondigde de bode ook de komst van de koning aan, zodat de mensen zich konden voorbereiden. Zo’n bode zal dus ook voor God uitgezonden worden. Maar dan komt God dus ook zelf, want we lezen: ‘Opeens zal hij naar zijn tempel komen, de Heer naar wie jullie uitzien.’ Dat is dus de aanduiding van God zelf. En dan wordt het lastig.
Want nu volgt er in onze vertaling een komma, waarna er staat ‘de engel van het verbond naar wie jullie verlangen.’ Is dat één en dezelfde persoon, zoals de Statenvertalers het opvatten? Zij vertaalden de komma met het woordje ‘te weten’. Het zou kunnen, maar veel uitleggers vandaag geloven dat we hier toch aan iemand anders moeten denken, namelijk aan de engel van de Heer die op allerlei momenten in het OT verschijnt. Die Engel van de Heer is de vertegenwoordiger van God en werd daarom in het Jodendom steeds overtuigder als aanduiding van de Messias beschouwd. Hoe dan ook: God komt in fasen en in verschillende gedaanten. Dat is wat Maleachi ziet.
*Wat zou dit kunnen betekenen? Ik maak nu even een grote sprong, uit het OT naar het NT. Want Lucas, de evangelist, ziet in deze profetie een voorzegging van wat er gebeurde voorafgaand aan en met de geboorte van Jezus. En diezelfde overtuiging leeft bij andere schrijvers van het NT.
Om te beginnen de bode die vooruit wordt gezonden om de weg te effenen. In die bode herkende de vroege christenen overduidelijk de figuur van Johannes de Doper. Johannes, de zoon van de priester Zacharias en zijn vrouw Elisabeth, was in de woestijn, in de buurt van de Jordaan, als profeet gaan optreden. Mensen die hem zagen moesten aan de profeet Elia denken: een ruige figuur, met een mantel van kameelhaar, die sprinkhanen at. Anderen dachten dat hij de Messias was. Maar Johannes zei: nee, ik ben de Messias niet, die zal ná mij komen. Ik kondig hem aan en roep jullie op tot inkeer en klaar te zijn om hem te ontvangen. Kortom: Johannes de Doper paste helemaal in het profiel van de bode die Maleachi (en ook Jesaja trouwens) had voorzegd. En Lucas zegt: dat klopt ook, want toen de engel Zacharias vertelde dat Johannes zou worden geboren, haalde hij woorden uit Mal. 3 en 4 aan: ‘Als een bode zal hij voor God uitgaan, met de geest en de kracht van Elia.’ Johannes was dus de vervulling van een oude profetie en zo aankondiger van een nieuwe tijd.
En in dat licht was het niet zo moeilijk om in Jezus ‘de engel van het verbond’ te herkennen. Of liever: de engel van het verbond (de derde persoon die door Maleachi genoemd wordt) en de Heer zelf (de tweede die genoemd wordt). Want dat is wat we in het hele getuigenis van het Nieuwe Testament proeven en zien: dat Jezus zózeer de vertegenwoordiger is van God zelf, dat steeds meer mensen hem herkennen als God zelf. In Jezus is God zelf gekomen, in het menselijke vlees, menselijk, maar toch altijd herkenbaar als één met het wezen van God, goddelijk.
De profetieën van Maleachi zijn volgens de getuigen van het NT vervuld in Johannes en in Jezus.
*In Jezus en zijn voorloper Johannes is God zelf dus naar de wereld gekomen. Maar dan is de volgende vraag: wat komt hij doen? Wat betekent zijn verschijning in de wereld? Daar is natuurlijk heel veel over te zeggen, maar vanmorgen blijven we zo dicht mogelijk bij de profetie van Maleachi. Wat komt de Messias, als hij zal verschijnen, volgens hém doen?
Dat blijkt nogal heftig te zijn. Want de eerste vraag die Maleachi stelt na vers 1 is: Wie zal die dag kunnen doorstaan? Wie zal overeind blijven wanneer hij verschijnt? Het wordt blijkbaar geen gezellig koninginnedagbezoekje met defilé en siervuurwerk toe. En dat blijkt ook wel uit de beelden die Maleachi vervolgens in vers 2 en 3 gebruikt.
‘Hij is als het vuur van een smid, als het loog van een wolwasser. Hij zal zitting houden als iemand die zilver smelt en het zuivert; de zonen van Levi zal hij zuiveren en zeven als goud en zilver.’ En in vers 4:1 wordt het beeld nog schriller: ‘Die dag zal zeker komen, brandend als een oven. Wie hoogmoedig zijn of wie zich goddeloos gedragen, zullen slechts stoppels zijn die door de hitte van die dag worden verschroeid, zegt de Heer van de hemelse machten.’
Al deze beelden zeggen in wezen het zelfde: als de Messias komt, komt hij allereerst om al het kwaad uit de wereld weg te zuiveren. Alles wat slecht of waardeloos is zal door het vuur gaan en zo zal de wereld gezuiverd worden en alleen het waardevolle in Gods ogen blijven bestaan. Met andere woorden: de verschijning van de Messias zal allereerst een oordeel betekenen over alles wat mis is in de wereld en in ons leven. En daarbij moeten we goed beseffen dat dit oordeel begínt in de tempel, bij degenen die het dichtst bij God leven. Zij hadden de roeping om geestelijk voorop te lopen en zij moeten dus als eerste verantwoording afleggen. Tegen hen zegt God (vs. 5): Ik zal naar jullie toekomen om recht te spreken.
*De verschijning van de Messias betekent dus allereerst een oordeel. Een oordeel over alles wat mis is in de wereld, maar ook in de tempel! En dat blijkt dan om heel concrete dingen te gaan. In vers 5 worden zes verschillende dingen genoemd.
Om te beginnen: tovenarij. Heidense magie dus. In de wet van God wordt dat op allerlei plaatsen streng verboden (Ex.22:18; Lev. 20:27; Dt. 18:10; 1 Sam.15:23, maar blijkbaar was het voor Israëlieten zó verleidelijk, dat het steeds weer de kop op stak. En het lijkt erop, dat zelfs priesters van de tempel zich er mee bezig hielden. Het tweede wat genoemd wordt is: echtbreuk. Daar had Maleachi het ook al over gehad in 2:14. We moeten hierbij denken aan mannen die hun vrouw wegsturen om vervolgens met een andere, vaak heidense vrouw te trouwen. Ook dit was in de wet van God streng verboden. Het derde wat genoemd wordt is: meineed. Vals zweren dus. Ook dat wordt in de thora regelmatig genoemd (Lev.19:12) als een zware zonde, zeker om dat bij zo’n eed de Naam van God werd aangeroepen. Dan het vierde: het uitbuiten van dagloners. Dagloners waren arbeiders die zich per dag verhuurden en hoorden daarom tot de zwaksten van de samenleving. Ze moesten altijd maar weer afwachten of er werk was voor ze. In de wet van God worden zij heel speciaal in bescherming genomen (Lev.19:13; Dt. 24:14). In de vijfde plaats: het onderdrukken van weduwen en wezen. Ook zij behoorden tot de meest kwetsbaren in de samenleving, maar ze mogen weten dat God het voor ze opneemt, getuige vele plaatsen in de tora (bv. Ex. 22:22vv. En tenslotte: het geen plaats gunnen van vreemdelingen. Dat gold in de wet ook als een zware zonde (Ex.22:21; 23:12; Lev. 19:10).
Voor al deze misstanden betekent de komst van de Messias niet minder dan een vernietigend oordeel. Een oordeel dat overigens geen verrassing is, omdat het helemaal in de lijn ligt met de tora, waarin we het hart van God horen kloppen. De Messias zal oordelen met de tora in zijn hand en zo rechtspreken namens God.
*Wat betekent dit nu concreet voor ons vandaag?
Allereerst is het goed om ons te verwonderen over al die verschillende lijnen tussen het Oude en het Nieuwe Testament. Dat is één van de dingen die we in de Adventstijd doen: onderzoeken hoe oude profetieën in de komst van Jezus vervuld werden. Dat versterkt ons vertrouwen in de woorden van God.
Wat we verder moeten beseffen is, dat de woorden van Maleachi nog steeds niet helemaal vervuld zijn. Hoe fundamenteel de betekenis van de komst van Jezus en alles wat hij deed ook is, nog steeds is het kwaad niet definitief geoordeeld en verwijderd in de wereld. Al die concrete dingen die in vers 5 genoemd worden zijn nog steeds aan de orde van de dag, in onze stad, in ons land, in onze wereld. Vandaar dat we in het Nieuwe Testament de blik opníeuw zien verschuiven naar de toekomst, naar de dag dat Jezus voor de tweede maal zal komen, maar nu als Koning en Heer. Op die dag zal Jezus definitief oordelen over de wereld, in de lijn van wat in de wet geschreven staat en door profeten als Maleachi is voorzegd. Dat is wat we dus óók doen in de Adventstijd: ons voorbereiden op díe komst van Jezus. En dan is het goed om die verwachting in onze gebeden heel concreet in verband te brengen met de concrete dingen van vers 5. Al die concrete misstanden die we zien en waar we geen raad mee weten mogen we noemen bij Jezus, onze Heer en roepen: kom, Jezus onze Heer en doe recht! Advent is uitzien naar de koning die komt om alles recht te zetten. Maleachi gebruikt daar een prachtig beeld voor, dat al hebben gezongen en nog zúllen zingen in deze dienst. Het is het beeld van de zon die stralend op zal gaan en die de zon van de gerechtigheid is. Allen die ontzag hebben voor Gods naam mogen verlangend uitzien naar die dag en zich verheugen in vreugde die die dag zal brengen.
Maar tenslotte dan óók dit. Deze Adventsprofetie van Maleachi raakt (als ik de lijn even doortrek) niet allereerst de wereld maar de kerk! Daarstraks lazen we een stukje uit 1 Petrus 4 en daar lazen we deze regel: ‘Besef goed dat de tijd van het oordeel is aangebroken. Dat oordeel begint bij Gods eigen mensen.’ En dat betekent dit: juist in de kerk moeten we steeds weer leren eerst onszelf te oordelen voordat we dat met anderen doen. In de vroege kerk was de Adventstijd ook een tijd van inkeer, van boetedoening, over alles wat er mis was in de kerk zelf en in het leven van individuele gelovigen. Het is goed om in deze weken van Advent dat voorbeeld te volgen, zo concreet mogelijk. Bijvoorbeeld met die zes concrete punten van vers 5 in de hand. Als we dat doen roept dat de volgende vragen op:
-Zijn wij vrij van verkeerde geestelijke invloeden of magische praktijken?
-Zijn wij trouw in ons huwelijk, in onze relatie en zijn we niet aan het rotzooien op relationeel gebied?
-Zijn we eerlijk in onze beloften en geloften en kunnen mensen ook zonder dat we zweren op onze woorden vertrouwen?
-Geven we mensen die voor ons werken of ons service bieden waar ze recht op hebben of zijn we alleen op ons eigen voordeel uit?
-Hebben we hart voor sociaal zwakken in onze tijd en doen we wat we kunnen om naar ze om te zien?
-Geven we – alle integratiediscussies ten spijt – ruimte aan vreemdelingen die bij ons zijn komen wonen en hier legaal verblijven?
Aan die zes punten hebben we deze Adventsweken meer dan genoeg zou ik zeggen. Ze geven ons alle reden om ons zelf te onderzoeken en klein te worden voor God. Maar bovenal geven ze ook reden om uit te zien naar de dag, dat de zon van de gerechtigheid definitief zal opgaan. Bij de geboorte van Christus is de morgenstond aangebroken, bij zijn wederkomst zal het definitief dag worden. Eerst moet het door God rechtvaardige oordelen heen, maar dan breekt een Rijk van vreugde aan. En al zien we daar vaak nog maar weinig van, God is het niet vergeten. Hij komt, vast en zeker.
Amen |
| < Vorige | Volgende > |
|---|








