Hartelijk welkom op de website van ds. Bas van der Graaf, predikant van de Jeruzalemkerk in Amsterdam-West. Deze site bevat de teksten van preken, lezingen en artikelen. Ik hoop dat u er iets aan heeft. Uiteraard zijn de teksten pro Deo, maar als u ze waardeert, wilt u dan een gift voor het werk in de Jeruzalemkerk overwegen? U kunt die overmaken op postbankrekeningnummer 47.57.390 t.n.v. 'Protestantse Gemeente (inzake Jeruzalemkerk)'. Hartelijk dank!
| Psalm 57 Heb medelijden, God |
|
|
|
|
Verkondiging in de Praise & Worship op 18 november 2009 in de Jeruzalemkerk te Amsterdam, door ds. Bas van der Graaf
Openingslied: Prijs onze Heer Opw. 364 Lofprijs Wij zijn bij elkaar om U te eren (Opw. 635) Ik was verloren (Opw. 587) Wat U doet (PvN 92) More love, more power (Opw. 342) Na de schriftlezing: PvN 57: Heb medelijden, God Na de Preek -Taizé: Dans nos obscurités (als alles duister is, ontsteek dan een lichtend vuur dat nooit meer dooft) -621 U bent mijn anker!
-Opw. 589 Ik wil juichen voor u
Einde: Adem om van U te zingen Zegen de Heer
Preek
Gemeente, gasten in ons midden,
Psalm 57 is een gebed om genade, zoveel is wel duidelijk. ‘Wees mij genadig, God, wees mij genadig.’ Met die woorden begint dit gebed.
Genadig. Mijn eerste associatie bij dat woord is: vergeving. Bidden om genade is bidden om vergeving. Zoals ooit Maarten Luther dat deed, vanuit zijn existentiële worsteling hoe hij van zijn schuldgevoel af kon komen. Toch lijkt dat in Psalm 57 niet aan de orde. Van schuld wordt door de dichter niet gesproken. Hij heeft het over vijanden die hem omringen als verslindende leeuwen; mensen met een tong als een geslepen zwaard, zodat hun woorden kunnen doden. De vijand staat hem naar het leven en dat doet hem roepen om genade.
Dit gebed om genade is dus een gebed om bevrijding en bescherming. Dat blijkt ook duidelijk uit de woorden die volgen. ‘Want bij u is mijn leven geborgen’, zegt hij. ‘Hij zal hulp sturen’ zegt hij even later. Daar is het hem dus om te doen: om bevrijding, om bescherming tegen de vijanden. Om ontferming van God, de Allerhoogste.
Dat thema van die vijanden komt vaak voor in de Psalmen. Vaak is het verbonden met de concrete vijanden van een koning of van een gelovige die zich onbegrepen voelt. Toch hoeven we daar niet bij te blijven staan. Want door de Psalmen een plek te geven in de eredienst van Israël werden alle gelovigen uitgenodigd er hun eigen vijanden in het herkennen. Niet zomaar alle vijanden natuurlijk, de mensen waar je een hekel aan hebt of die je niet zo liggen. Nee, de vijanden die je geloof bedreigen of je je recht ontnemen. Mensen, maar ook meer abstracte machten of de duivel. Zeker als je gelooft ben je omringd door vijanden en ervaar je de wereld soms als een gevaarlijke plaats. Een plaats die roept om genade. Daar gaat deze psalm over. Daar gaat hij ons ook in voor!
*Op het moment dat de dichter zijn gebed om genade begint heeft hij al wel een stap gezet. Hij heeft, zoals duidelijk wordt in vers 2, zijn toevlucht bij God gezocht. Hij is niet op zijn plaats gebleven, maar hij is heel concreet naar God toegegaan. En het beeld dat hij voor die stap gebruikt is heel sprekend: ‘In de schaduw van uw vleugels zal ik schuilen.’ Daar stel je je meteen wat bij voor. Maar klopt die voorstelling ook?
De meest natuurlijk associatie die we bij dit beeld maken is die van een moedervogel, die over een erf loopt of in een nest zit. Op het moment dat er dan gevaar dreigt – een roofdier of een mens – dan kruipen de jongen onder de vleugels van hun moeder. En de moeder néémt haar jongen onder haar vleugels. Of het is het beeld van een vogel die boven het nest blijft vliegen en zo zijn vleugels over de jongen uitspreidt. Dat is een beeld dat op verschillende plaatsen in het OT gebruikt wordt, bijvoorbeeld in Deuteronomium 32:11: ‘Zoals een arend over zijn jongen waakt en voortdurend erboven blijft zweven, zijn vleugels uitspreidt en zijn jongen daarop draagt, zo heeft de Heer zijn volk geleid.’ Zo’n beeld helpt om rust te vinden in je hart.
Toch denken veel uitleggers dat we aan iets anders moeten denken. Deze bidder is waarschijnlijk naar het heiligdom gegaan, naar de plek waar de ark van het verbond stond. Die ark – een gouden kist- was het symbool van Gods nabijheid. En boven die ark stonden twee grote engelenfiguren – cherubijnen – met uitgespreide vleugels. Wanneer je dus je toevlucht zocht tot de tempel, vluchtte je dus bijna letterlijk tot onder de vleugels van de engelen van God en dus van God zelf. En soms gebeurde het dan, dat zo’n vluchteling in het heiligdom bleef slapen om daar te wachten op de nieuwe morgen. Rustend onder de schaduw van Gods vleugels.
Hoe dan ook: Psalm 57 leert ons, dat je wanneer je bidt om genade een stap zet richting de beschermende vleugels van God. En het kan heel erg helpen om in zulke situaties dus echt naar een plek te gaan die verbonden is met de aanwezigheid van God. Dat kan een kamer in je huis zijn, maar ook een kerk of een plek in het bos waar je vaker komt om met God te praten of het aangezicht van een vriend. Je toevlucht zoeken bij God heeft ook een fysiek aspect: opstaan, naar een plek gaan, tot onder Gods vleugels.
*Wat levert het de bidder van Psalm 57 op, dat hij zijn toevlucht neemt bij God? Twee dingen: een rustig hart en een verlangend uitzien naar de morgen.
Allereerst een rustig hart. Dat is wat hij letterlijk zegt in vers 7. ‘Mijn hart is gerust, o God, mijn hart is gerust.’ Dat is natuurlijk al heel wat: als je hart weer rustig wordt. Als je gedachten even stoppen. Als de woorden die de vijand zei en die maar door je hoofd blijven spoken eindelijk naar de achtergrond verdwijnen. Dat is een grote zegen. Maar wat is de grond van die rust? Die ligt bij een tweetal woorden dat twee keer terug komt in de psalm. De woorden ‘liefde en trouw.’ ‘ Hemelhoog is uw liefde, tot aan de wolken reikt uw trouw’, lezen we in vers 11. En in vers 4: ‘Ja, God stuurt mijn zijn liefde en trouw.’ Twee woorden zijn dat. Maar niet zomaar woorden. Ze behoren tot de woorden waarmee steeds opnieuw het karakter van de God van Israël wordt getypeerd. Woorden die ervan getuigen dat hij liefde is en dat hij trouw is. Liefde en trouw. Dat is God ten voeten uit. En daar word je dus blijkbaar van verzekerd als je de toevlucht zoekt tot hem. Dan wordt je hart gerust, ja, je hart wordt gerust, omdat Hij liefde en trouw is.
Een rustig hart is dus het eerste. Maar van daaruit durft de dichter ook weer vooruit te kijken. Hoewel het nog nacht is, kijkt hij al uit naar het morgenrood. Want de morgen, de nieuwe dag, is voor een Israëliet het moment waarop hij verwacht dat God bevrijdend zal handelen. Daar kijkt hij dus naar uit, naar wat God op de nieuwe dag zal doen. Maar dat niet alleen: hij kijkt er ook naar uit om bij het morgenrood zijn instrument te pakken en voor God te gaan zingen en spelen (vers 7). Met harp en lier wil hij God loven en over God zingen voor alle naties. Daarbij zal hij vooral zingen van Gods liefde en trouw, die vaststaat, zelfs als er aan de situatie van vijandschap nog niets veranderd is.
*Al met al een prachtige Psalm. Een psalm die ons heel praktisch en ook heel inhoudelijk voorgaat op de weg. Een psalm die ook voor christenen heel veelzeggend is.
Ik ontdekte dat deze psalm in de loop van de eeuwen in veel kerken vaak op de Paasmorgen gelezen werd. Dat zal vast met dat morgenrood te maken hebben. God loven bij het morgenrood, dat sluit prachtig aan wat we op de Paasochtend doen.
Maar er is meer overeenkomst tussen deze psalm en het paasgebeuren. Want Pasen is voor óns het bewijs dat God een God van liefde en trouw is. God liet zijn geliefde zoon niet in het graf, maar wekte hem op uit de dood, na drie dagen. En voor ieder die door het geloof met Jezus verbonden is legt dat een vast fundament onder het leven: wat er ook gebeurt, hoe groot de vijandschap ook is, ons leven rust op zijn liefde en trouw. Omdat het Pasen geweest is en Jezus leeft kan ons hart echt gerust zijn.
Maar tegelijkertijd wakkert die zekerheid het verlangen naar de nieuwe morgen aan. Het verlangen naar de dag, dat God definitief een einde zal maken aan vijandschap, aan chaos, aan dood en verderf. Het is dát verlangen dat wordt verwoord in het refrein van Psalm 57, een refrein dat twee keer terugkeert, in vers 6 en in vers 12. Dit refrein luidt: ‘Verhef u boven de hemelen, God, laat uw glorie heel de aarde vervullen.’ Dat is echt een prachtige zin, waar eigenlijk heel de toekomstverwachting van het Oude Testament in vervat is. Het is een zin die de dichter niet zelf bedenkt, maar die hij kent uit de profeten, zoals Jesaja. Als Gods toekomst doorbreekt zal hij zich verheffen boven de hemel en zal de aarde, die nu nog zo gebroken is, vol zijn van zijn glorie. Zover is het nog niet. Ook niet als we bij het morgenrood opstaan om God te loven en te prijzen. Maar Psalm 57 leert ons dat we daar wel met een gerust hart naar mogen uitzien.
Amen
|
| < Vorige | Volgende > |
|---|








