Hartelijk welkom op de website van ds. Bas van der Graaf, predikant van de Jeruzalemkerk in Amsterdam-West. Deze site bevat de teksten van preken, lezingen en artikelen. Ik hoop dat u er iets aan heeft. Uiteraard zijn de teksten pro Deo, maar als u ze waardeert, wilt u dan een gift voor het werk in de Jeruzalemkerk overwegen? U kunt die overmaken op postbankrekeningnummer 47.57.390 t.n.v. 'Protestantse Gemeente (inzake Jeruzalemkerk)'. Hartelijk dank!
| Genesis 23 Een betekenisvolle begrafenis die te denken geeft |
|
|
|
|
Verkondiging in morgendienst van zondag 22 november 2009 in de Jeruzalemkerk te Amsterdam-West, door ds. Bas van der Graaf
Serie: Geloven in het spoor van Abraham
Orde van dienst
Welkom en mededelingen
Intochtslied: Psalm 103: 5
Stil gebed
Bemoediging en groet
Zingen: Psalm 103: 6 en 7
Belofte en aansporing:
-Lezen: Psalm 90: 3-6 en 10
-Sololied: Fragile
-Lezen: 1 Tess. 4:13-18
-Zingen: Gezang 267: 1 en 2
-Gebed en voorbeden
Bijbellezing: Genesis 23
Hebreeën 11: 13-16
Tekstlezing: Genesis 23: 19 en 20
Zingen: Psalm 16: 3 en 4
Preek
Zingen: Gezang 265: 1, 2, 5
Gedenken van de overledenen
-Ontsteken van de kaars
-Gedicht
-We lezen de namen en zetten bij iedere naam een roos in de vaas. De laatste roos is voor allen van wie we de naam nu niet kunnen noemen maar die wel in onze gedachten zijn.
-Stilte
-Gebed
-Zingen: Gezang 265: 8, 20, 21
Inzameling van de gaven
Zingen: Gezang 470: 1 en 4
Zegen
Preek
Gemeente van onze Here Jezus Christus,
Als iemand die je lief is overlijdt sta je in één keer voor een zee van zaken. Het allerergste is natuurlijk het verlies zelf, dat degene met wie je zo onlosmakelijk verbonden was van je wordt losgescheurd. Maar ieder die het wel eens heeft meegemaakt weet dat je aan dat besef in het begin soms helemaal niet toekomt. Want vanaf het moment dat het overlijden een feit is, moet het er opeens een heleboel geregeld worden. Natuurlijk maakt het daarbij heel veel uit of het overlijden onverwacht kwam of zich al heel lang aankondigde. Bij een onverwacht overlijden is de chaos vaak heel groot, terwijl dat na een ziekbed anders is. Dan heb je al een heleboel –soms ook samen met de overledene- kunnen voorbereiden. Het geeft in ieder geval wel aan, dat het goed is, om ons op het sterven voor te bereiden en er van tijd tot tijd over je eigen begrafenis na te denken. Daar, als het kan, ook wat van op te schrijven en vast te leggen. Gelukkig merk ik dat velen dat doen en hebben gedaan en dat is als de dag daar is vaak echt een zegen.
Maar ondertussen is het een enorme opgave waar je voor komt te staan als een geliefde sterft. Allereerst dus al die praktische dingen: wat voor graf moet je kiezen, hoe ziet de dienst er uit, wie moeten er allemaal bericht hebben? Een zee van zaken. Maar als dat geregeld is komen ook die andere vragen: hoe rouw je over je geliefde? Heb je daar woorden en rituelen voor? Hoe gebruik je de dagen voorafgaand aan de begrafenis? En daar dwars door heen speelt de vraag: wat het betekent het geloof in dit alles? Geeft het geloof richting aan je beslissingen? Is je geloof een bron van hoop of alleen van wanhoop? Houd je nog wat van je geloof over of breekt alles stuk?
Vandaag mogen we een voorbeeld nemen aan Abraham, die zijn geliefde Sara moet begraven. Ook hij staat voor een zee van zaken, maar de dingen die hij doet geven ons veel te denken. Hoor maar.
*Genesis 23 begint met een sober zinnetje: Sara leefde honderdzevenentwintig jaar; (dat waren de levensdagen van Sara.) En Sara stierf. Dat zijn maar een paar woorden, eigenlijk. Veel te weinig, zouden wij misschien denken. Kun je een heel mensenleven, kun je het overlijden van zo’n bijzondere vrouw als Sara wel in een paar woorden afdoen? Een wat uitgebreider in memoriam was hier toch wel op zijn plaats geweest, vindt u niet? Dat vonden joodse schriftgeleerden ook en daarom schreven ze een Midrasch over het getal 127. Het getal honderd zou staan voor: een lang leven. Het getal 20 voor de schoonheid, die Sara nog steeds bezet. Het getal 7 zou staan voor haar rechtvaardigheid. Best een mooi verhaal, maar Calvijn kan er niet zoveel mee. ‘Spitsvondige beuzelingen’ vindt hij het en hij houdt het maar op de soberheid en zegt: zo oud was ze gewoon.
Voor Abraham was dit verlies natuurlijk niet in een paar woorden te vatten. Na zoveel jaren je vrouw loslaten is –ook voor ons- onvoorstelbaar moeilijk. Hoe langer je samen bent, hoe moeilijker dat wordt. Daar zal Abraham ook niet zomaar woorden voor hebben gehad. Maar wat hij wel heeft, zijn de rouwgebruiken, om te rouwen over zijn vrouw. En dat doet Abraham dus ook. We lezen in vers 2, dat Abraham de tent in ging om rouw te bedrijven over Sara en haar te bewenen. Er staat niet hoe hij dat doet, maar uit andere delen van de bijbel weten we dat daar in Israël allerlei vaststaande rituelen voor waren. We kunnen het ons zó voorstellen: toen het bericht van Sara’s dood kwam scheurde Abraham zijn kleren. Daarna trok hij een ‘zak’ aan, een kleed van ruwe stof. Hij trok zijn schoenen uit, strooide aarde op zijn hoofd, schoor zijn hoofdhaar af, legde zijn handen op zijn hoofd en ging voor het dode lichaam van zijn vrouw hardop klagen, terwijl hij zijn tranen de vrije loop liet. Misschien zong hij zelfs een klaagzang. Zo rouwde hij.
Allerlei vaststaande rouwrituelen stonden Abraham dus ter beschikking. Dat hielp hem heel erg om uiting te geven aan zijn onzegbare verdriet.
Het is echt een groot verlies dat wij dat soort rituelen bijna niet meer hebben. Als we ze willen gebruiken, moeten we ze vaak zelf bedenken! We hebben ze vroeger wel gehad, maar ze werden blijkbaar als te beklemmend ervaren en als achterhaald beschouwd. Maar nu gaan mensen ze steeds meer missen en gaan ze er weer naar op zoek. Buiten de kerk leidt dat tot de meeste bizarre vormen: het afscheidsfeest voor Theo van Gogh, de vuurpijl met de as van André Hazes, de begrafenis van Michael Jackson, het kan allemaal. Denk ook maar aan de beschrijving in de bestsellerroman Komt een vrouw bij de dokter. Maar de vraag is wel, hoe we dat in de gemeente doen. Bijvoorbeeld in een dienst als vanmorgen. Maar het is goed om er ook voor jezelf over na te denken. Wat is belangrijk, wat niet, wat helpt, wat niet. Hoe dan ook: in de traditie van de kerk vinden we nog steeds een rijke bron aan woorden, rituelen, vormen. We hoeven het gelukkig niet allemaal zelf te bedenken!
*Abraham bedrijft dus rouw over Sara en beweent haar. Maar op een bepaald moment stopt hij daarmee. Daarna stond Abraham op, en ging weg bij zijn dode, lezen we in vers 3 (NB). Als je dat zinnetje leest in het verband met wat er na komt denk je: hij moet zijn rouwbedrijf noodgedwongen onderbreken om de begrafenis te gaan regelen. Zijn hoofd staat er wel niet naar en hij zou liever blijven zitten, maar het moet nu eenmaal.
Toch hebben bijbeluitleggers vanaf de vroegste tijden iets anders in dit zinnetje gelezen. Calvijn, die met zijn uitleg helemaal in die lijn staat, schrijft: Abraham heeft een einde gemaakt aan zijn smart en zich in zijn verdriet gematigd. Met andere woorden: Calvijn gelooft dat Abraham op een bepaald moment bewust is opgestaan en de eerste fase van zijn rouwperiode heeft afgesloten. En Calvijn vindt dat een voorbeeld, omdat hij kerkvader Ambrosius gelijk geeft, die geschreven heeft ‘dat het voor gelovigen niet goed is al te zeer over hun doden te wenen’.
Dat klinkt heel hard, hé, gemeente? Wat een gevoelloze man, die Calvijn, denkt u misschien. Toch geloof ik dat hij en Ambrosius juist iets heel waardevols zeggen. Want wat ze bedoelen is, dat ons verdriet over een geliefde niet oeverloos moet zijn. Er is een tijd om te rouwen en die moet er ook zijn, maar er mag en er moet een moment komen dat je opstaat en de periode of een stukje van de periode afsluit. Als je dat niet doet wordt het verdriet oeverloos. Daar verdrink je in. En zeker voor een gelovige is dat niet de bedoeling. Op de Veluwe was het vroeger gebruik om bij het verlies van je man of je vrouw twee jaar en zes weken in de rouw te zijn. Een afgebakende periode dus. En na die periode mocht je als het ware opstaan en weggaan van je dode. Niet om hem of haar te vergeten, maar wel om verder te gaan. Ook voor ons is het heilzaam om de periode van rouw af te bakenen. God wil niet dat we verdrinken in ons verdriet, maar dat we weer opstaan om te leven.
*Abraham staat dus op en gaat weg van zijn overleden vrouw. In het hebreeuws staat er: zijn dode. Dat is weer zo’n klein woordje, waar een diep geheim aan vast zit. Nu Sara is gestorven, is er een scheiding gekomen tussen haar en Abraham. De dood heeft hen gescheiden. En als Abraham opstaat en weggaat bij zijn dode dan wordt die scheiding nog dieper. Dat voel je heel sterk in de dagen tussen het overlijden van een geliefde en de begrafenis. In die dagen is de geliefde er niet meer, maar toch ook nog wel. Daarom zijn die paar dagen altijd heel belangrijk. Maar onherroepelijk komt dan het moment van de begrafenis en dan wordt de scheiding nog definitiever.
En toch blijft er een band. Sara blijft voor Abraham zijn dode. Dat betekent: er blijft een band, een diepe gemeenschap. Calvijn heeft die band in zijn commentaar heel mooi beschreven. Hij schrijft (ik geef het wat vrij weer): ‘Door het lichaam van zijn vrouw zijn dode te noemen, geeft hij te kennen, dat de scheiding van de dood een zodanige is, dat er toch nog één of andere gemeenschap overblijft. En wat kan die onderlinge verwantschap anders instandhouden, dan de hoop op de toekomstige hereniging?’
Dat is mooi, he? De toekomst van God, van de opstanding der doden, betekent ook voor ons dat ondanks de scheiding van de dood toch een band blijf bestaan. NB: dit gaat veel verder dan het wijd verbreide volksgeloof, dat de overledenen altijd bij ons blijven en als het ware over onze schouders meekijken. Dat is gewoon wishful thinking. Hier gaat het om een ándere band. Het is de band van Gods toekomst, vast gefundeerd in de opstanding van onze Here Jezus Christus. In Christus, de Opgestane, blijven wij verbonden, dwars door de dood heen. Ook wij mogen daar troost uit putten.
*Zo staat Abraham dus op. Hij gaat weg bij zijn dode en hij gaat naar de inwoners van het land Kanaän, de Hethieten. Bij hen gaat hij vragen om een graf voor Sara. En de vraag die hij stelt is: Ik ben slechts een vreemdeling die bij u woont, maar geef mij toch een graf in eigendom, zodat ik mijn dode kan uitdragen en begraven.(Naard. Bijb)
Abraham vraagt dus om een graf in eigendom. En dat woord ‘eigendom’ is ook weer zo’n woord waar we niet overheen mogen lezen. Het is echt wat je noemt een ‘sleutelwoord’ in dit hoofdstuk. Want een paar hoofdstukken eerder, in 17:8, had God aan Abraham deze belofte gedaan: ‘Ik zal u en uw nageslacht het land waarin u vreemdeling bent, heel het land Kanaän, voor eeuwig in bezit geven.’ Kanaän zou dus het eigendom van Abraham en zijn nageslacht worden. Maar nu Sara is gestorven en hij een stuk grond zoekt om haar in te begraven, is alles wat hij tegen de Hethieten kan zeggen: ik ben een vreemdeling die bij jullie woont. Geef me een eigen graf om mijn vrouw te begraven.
Voelen we de enorme spanning voor Abraham? Hij weet dat hij zijn vrouw moet begraven in het beloofde land, maar omdat God de belofte nog niet heeft vervuld bezit hij er nog geen twee vierkante meter van. De dood stelt ons altijd voor heel ingrijpende vragen, maar voor Abraham is dat wel heel ingrijpend. Hij staat niet maar voor de praktische vraag waar hij zijn vrouw zal begraven; nee, hij staat voor één van de grootste geloofsvragen van zijn leven!
Is die vraag waar wij begraven worden ook zo’n geloofsvraag? Ik denk het eigenlijk niet. Het maakt natuurlijk wel uit, gevoelsmatig, maar een wezenlijke vraag is het volgens mij sinds de opstanding van Christus niet meer. Voor Abraham was het ontzettend belangrijk dat het graf van Sara (wat ook zijn graf en dat van zijn zoon en kleinzoon zou worden) in Kanaän zou liggen. Alleen zo zou de band met de toekomst naar zijn overtuiging niet doorgesneden worden.
Voor ons ligt die band met de toekomst in het lege graf van Christus. Omdat Jezus ook in ons graf is geweest, is de betekenis van ons graf ook veranderd. Ik moet zeggen dat het nog steeds een nare gedachte vindt, dat graven in Nederland als zo snel weer geruimd worden. Wat zegt dat over de eerbied van hen die ons voorgingen, vraag je je af. Vergelijk dat eens met begraafplaatsen in Frankrijk of in Spanje. Maar tegelijkertijd geloof ik niet dat het wezenlijk een probleem is. Onze band met de toekomst wordt niet gegarandeerd door een graf, maar door Jezus de Opgestane. Dat neemt niet weg dat we er goed over nadenken voor hoelang we een graf kopen. En gezien de prijzen van vandaag, moet je je daar ook voorbereiden.
*Voor Abraham is de plaats van het graf van Sara dus echt een geloofszaak. Maar het wordt Abraham niet gemakkelijk gemaakt om die geloofskeuze te verwerkelijken. Hij moet door een heel woud van hoffelijkheden heen en voortdurend op zijn hoede zijn dat hij zijn doel niet uit het oog verliest. Het is de moeite waard om thuis nog eens goed na te lezen hoe dat gesprek verloopt. Ik hou het nu wat kort, maar zeg alleen dat het in drie fasen. Abraham begint dus met het verzoek, om hem een eigen graf te geven. In antwoord op die vraag zeggen de Hethieten: Abraham, we respecteren je zo, dat je Sara mag begraven in één van onze graven. Maar Abraham beseft: hoe eervol dit aanbod ook is, dan heb ik nog geen eigen graf. Daarom gaat hij staan en zegt: als u echt mijn wens wilt vervullen, bepleit mijn zaak dan bij Efron en vraag hem mij zijn spelonk bij Machpela te verkopen. Ik geef er de volledige prijs voor. Abraham wijst nu zelf een plek aan. Maar dan gaat het bijna weer mis, want Efron zegt: u mag de spelonk hebben, maar ik gééf hem u. Nou, dat is toch prachtig? Maar nee, Abraham beseft, dat een stuk grond wat je gegeven wordt geen eigendom wordt, maar in bruikleen komt. Dan zou hij dus nog een eigendom hebben. Vandaar dat Abraham volhardt en zegt: nee, ik wil het betalen. En zo gebeurt het uiteindelijk. En de uitkomst van het gebeuren lezen we in vers 17: Zo ging het veld van Efron in Machpela, dat tegenover Mamre ligt (..) over in het bezit van Abraham.
Had Abraham nog een speciale reden om voor deze plek te kiezen? Het lijkt er wel op, want Mamre was niet zomaar een plek. Mamre was de plek, waar de HERE het merendeel van zijn beloften had gegeven. Dus het stukje grond wat Abraham nu in zijn bezit had, was nauw verbonden met alle beloften die God had gegeven over het verbond, het volk en het land. Een mooiere plek was er niet. Het graf van Sara zou een zichtbaar teken zijn van Gods vaste en zekere beloften.
*Ja, gemeente, een graf als zichtbaar teken van Gods beloften. Zo heeft het graf van Sara ook eeuwenlang gefunctioneerd. Eerst werd zij er in begraven, later Abraham zelf , Izaak, Jacob en hun vrouwen. En zo bleef het graf de eeuwen door bestaan in Israël. Vandaag de dag ligt het graf in Hebron, onder een grote moskee, die vroeger een kerk was. Een plek met een bewogen geschiedenis dus, omdat Joden, christenen en moslims allemaal op die zelfde Abraham betrokken zijn. Ook in die zin brengen de beloften van God aanvechtingen en strijd met zich mee.
Maar voor ons is de vraag: zal ons graf ook een zichtbaar teken zijn van Gods beloften? Als mensen er langs lopen, zullen ze dan kunnen zien dat dit graf, net als dat van Sara, geen einde betekent maar ‘een voorgoed begonnen begin’ (Martinus Nijhoff). Zo veel graven op Zorgvlied of waar dan ook getuigen van de dood als het einde. Talloze graven zeggen in wezen niet veel anders dan het bekende grafschrift voor de Rotterdamse dichter Hubert Kornelisz Poot: Hier ligt Poot / hij is dood. Zulke graven getuigen alleen van een afgesneden toekomst en de dood die het einde is.
Maar het graf van Sara getuigde van de God van Israël, die een stad beloofd had. En Sara –zo lezen we in Heb. 11- had die stad van verre gezien. Dit kleine stukje grond was onderpand voor de stad van de toekomst. Dit graf was teken van Gods belofte. Hoeveel te meer mag ons graf een getuigenis zijn. Als wij geloven in Jezus die de dood en het graf overwon, mag ieder graf van een christen een getuigenis van die hoop zijn.
Zo weten we ons vandaag verbonden met al ónze doden. Ze zijn van ons gescheiden, maar als ze in Christus stierven is er een band die onverbrekelijk is. En vanuit die verbondenheid mogen we ook steeds weer opstaan, om verder op weg te gaan als pelgrims, Gods toekomst tegemoet.
Amen
Liedtekst en vertaling van Fragile (Sting)
If blood will flow when flesh and steel are one Als er bloed vloeit wanneer vlees en staal één zijn
Drying in the colour of the evening sun opdrogend in de kleur van de avondzon
Tomorrow's rain will wash the stains away zal de regen van morgen de vlekken wegwassen.
But something in our minds will always stay Maar iets in onze gedachten zal altijd blijven:
Perhaps this final act was meant misschien was deze slotacte bedoeld
To clinch a lifetime's argument om een levenslang argument vast te nagelen
That nothing comes from violence and nothing ever could dat geweld tot niets leidt en dat nooit zal doen
For all those born beneath an angry star voor al diegenen die werden geboren onder een woedende ster
Lest we forget how fragile we are opdat we niet vergeten hoe breekbaar we zijn.
Altijd maar door zal de regen vallen
Like tears from a star like tears from a star als tranen van een ster, tranen van een ster
On and on the rain will say altijd maar door zal de regen vertellen
How fragile we are how fragile we are hoe breekbaar we zijn, hoe breekbaar we zijn
(2x)
|
| < Vorige | Volgende > |
|---|








