Hartelijk welkom op de website van ds. Bas van der Graaf, predikant van de Jeruzalemkerk in Amsterdam-West. Deze site bevat de teksten van preken, lezingen en artikelen. Ik hoop dat u er iets aan heeft. Uiteraard zijn de teksten pro Deo, maar als u ze waardeert, wilt u dan een gift voor het werk in de Jeruzalemkerk overwegen? U kunt die overmaken op postbankrekeningnummer 47.57.390 t.n.v. 'Protestantse Gemeente (inzake Jeruzalemkerk)'. Hartelijk dank!
| Jacobus 4:2b en 3 Goed bidden |
|
|
|
|
Verkondiging op de biddag voor gewas en arbeid 2005 in de St.-Janskerk te Gouda, door ds. Bas van der Graaf Orde van dienst · Welkom en mededelingen · Intochtslied: Psalm 24: 1(OB) · Stil gebed · Bemoediging en groet · Zingen: Psalm 24: 2 en 3 (OB) · Geloofsbelijdenis · Zingen: ELB 297: 1 en 3 · Gebed · Bijbellezing: Jacobus 4:1-17 · Tekst voor de verkondiging Jacobus 4:2b en 3 U krijgt niets omdat u niet bidt. En als u bidt ontvangt u niets, omdat u verkeerd bidt: u wilt alleen uw eigen hartstochten bevredigen (NBV) · Zingen: Psalm 39: 3 en 4 (OB) · Preek · Zingen: Gezang 323: 1, 3 en 7 · Dankgebed en voorbede · Inzameling van de gaven · Zingen: Psalm 99: 7 en 8 (OB) · Zegen Verkondiging Gemeente van onze Here Jezus Christus, Het is denk ik heel goed dat in de kerk bid- en dankdag wordt gehouden. Want juist op deze dagen worden we even stil gezet bij de vraag, hoe het met ons gebedsleven staat. Worden ons werk en onze dagelijkse levensbehoeften eigenlijk nog wel gedragen door onze gebeden? En áls we daar inderdaad wél om bidden, bidden we dan met de juiste houding en met het juiste doel voor ogen? Natuurlijk hebt u gelijk als u zegt, dat we onszelf die vragen niet alleen op bid- of dankdag moeten stellen, maar elke dag van ons leven. Toch weet u net zo goed als ik dat dit wel een mooie wens is, maar dat we in de praktijk van elke dag toch steeds even echt stilgezet moeten worden. Ik hoop dat dit ook echt gebeurt. De boodschap van Jacobus geeft er in ieder geval alle aanleiding toe. Bidden we eigenlijk nog wel en als we dat doen, bidden we dan ook op de goede manier? Die eerste vraag komt in de preek eigenlijk wat terloops aan de orde. Want over die tweede vraag –over wat nu eigenlijk ‘goed bidden’ is- zegt Jacobus in het hoofdstuk 4 het meest. Hoewel: als je veel bidt, maar je bidt niet goed, dan bid je eigenlijk ook niet! Dat komt ook nog wel even terug. We laten ons op deze biddag dus bevragen door Jacobus over ons gebedsleven. We zullen merken dat hij ons bevraagt op onze beweegredenen om te bidden, op onze verwachtingen, maar ook op onze houding en op de manier waarop ons bidden is ingebed in ons staan de wereld. Er komt dus heel wat aan de orde, maar ik hoop dat al deze dingen ons helpen om straks, als we onze gebeden uitspreken, niet verkeerd maar goed te bidden. Ik zou zeggen: open uw hart voor wat God door de mond van Jacobus tegen u zegt vandaag. *Jacobus zegt in onze tekst, dat het mogelijk is dat we verkeerd bidden. Ik zeg dat eigenlijk niet goed, want Jacobus zegt dat zijn lezers dat inderdaad dóen! Of dat ook voor ons geldt zal moeten blijken, maar we moeten daar maar wel rekening mee houden. Verkeerd bidden. Anders vertaald: kwalijk bidden. Of nog scherper: corrupt bidden. Wat zou Jacobus daar mee bedoelen? Ik denk twee dingen. Verkeerd bidden is in de eerste plaats: bidden met het verkeerde doel. Dat blijkt uit de woorden die hij meteen op het ‘verkeerd bidden’ laat volgen. Jacobus zegt: jullie bidden eigenlijk alleen maar met het doel om wat je krijgt volgens je eigen genoegens te verkwisten. Jullie komen met een verlanglijstje vol aardse geneugten en leveren dat in bij God. Alles wat op dat lijstje staat is bedoeld om je eigen leven te verrijken en te veraangenamen, maar heb je jezelf wel eens afgevraagd of dat leven ook zo aangenaam is in de ogen van God? Jullie bidden niet met het doel om God in het middelpunt te stellen, maar alleen om er zelf beter van te worden. Dacht je dan echt, dat je op verhoring kunt rekenen? Verkeerd bidden is in de tweede plaats: bidden uit de verkeerde bron. Jacobus ziet bij de christenen waar hij aan schrijft een enorme onderlinge jaloezie en afgunst. In vers 2 zegt hij: jullie vermoorden en benijden elkaar. Als dát de bron wordt van waaruit we bidden is dat niet best natuurlijk. ‘Here God, hij heeft veel meer dan ik, geef mij dat ook’. Dat werkt niet! En die jaloezie is dan nog niet eens het enige. Want in vers 4 noemt Jacobus ook nog de vriendschap met de wereld. Hoe vaak wordt ons verlanglijstje voor God niet gevuld door alles wat de wereld in de aanbieding heeft, zonder nog te rekenen met de hemel? Maar ook dat is een verkeerde bron, want vriendschap met de wereld is vijandschap tegen God, zegt Jacobus in dat zelfde vers heel scherp. Ook dan kun je geen verhoring verwachten. *Verkeerd bidden. Voor je het weet, doe je het. Want verkeerd bidden is niet anders dan: je eigenlijk door iets ánders laten leiden dan de wil van God. Je eigen wil voorrang geven boven die van God. Je eigen verlangens opdringen aan God. Verkeerd bidden is eigenlijk een vorm van praktisch atheïsme. Het lijkt of je God er bij betrekt, maar je doet het nooit vóóraf, maar alleen áchteraf. Wilt u daar misschien een voorbeeld van hebben? Jacobus geeft er zelf één, in vers 13-15. Hij heeft het daar over mensen die in de handel zitten. Een mooi voorbeeld dus, voor deze biddag voor gewas en arbeid. Mensen die in de handel zitten maken altijd plannen. Vandaag of morgen trekken we naar die of die stad, denken ze bijvoorbeeld, daar blijven we een jaar, we zullen er handeldrijven en geld verdienen. Vandaag zouden we dat een ‘business plan’ noemen en het is duidelijk, dat geen bedrijf zonder kan. Daar is ook Jacobus best van overtuigd. Hij is dus niet negatief op zích over handelaren. En toch maakt hij bezwaar. Want in de eerste plaats moet je jezelf afvragen, of al dit soort plannen nog wel rekenen met de kwetsbaarheid van ons leven. Daar kom ik zo op terug. Maar wat je je vooral moet afvragen is –volgens vers 15- of je echt het voorbehoud van de wil van God hebt gemaakt. Eigenlijk zou je bij ieder plan wat je maakt moeten zeggen: als de Here wil en wij leven. En dan natuurlijk niet op zo’n manier, dat je heel er heel vroom D.V. –Deo Volente- voorzet maar daar verder niet uitleeft. Nee, het gaat er om, dat je de bij alle plannen die je maakt, van meet af aan rekent met God. Ik weet niet met wat voor plannen u of jij vanavond in de kerk zit: trouwplannen, studieplannen, vakantieplannen, sollicitatieplannen, gezondheidsplannen, plannen, plannen, plannen. Was de Here er bij, toen u ze maakte? Of zit u hier vanavond om een al helemaal uitgewerkt plan aan Hem voor te leggen? Als dat zo is, is dat een vorm van ‘praktisch atheïsme’, snapt u dat? Leven zonder God erbij te betrekken. *Het ‘voorbehoud van Jacobus’ is een ongelooflijk belangrijke geestelijke leefregel, dat voelt u hopelijk wel. Als de Here het wil en wij leven – deze woorden geven niet minder dan de grondhouding aan van waaruit we in het geloof hebben te leven en te bidden. Hoe groot onze plannen ook zijn en hoe brandend onze verlangens, ze staan altijd onder de koepel van iets dat groter is. En dat grotere is allereerst de wil van God, maar daarnaast is het ook de begrensdheid van het leven. En ook dát besef –dat het leven begrensd en kwetsbaar is- is een belangrijke voorwaarde om goed te bidden. Nu is dat besef van de begrensdheid van het leven natuurlijk geen exclusief christelijk besef. Iedereen beseft dat wel. Alleen: wat doe je met dat besef! De reclamemakers van de MG-ZT (dat is een auto) zeggen: het leven is te kort om niet voor een MG te kiezen. En dat is precies hoe het vaak werkt in de wereld. Het leven is kort, dus we bedenken zoveel mogelijk plannen om er uit te halen wat er in zit. Maar Jacobus is in dit opzicht geen vriend van de wereld en hij zegt dat wij het ook niet mogen zijn. Het besef dat het leven kort is –het leven is een damp, zegt Jacobus- moet ons juist wat losser maken van de wereld en ons in de armen van God drijven. Weet ú wat ons te wachten staat, in de komende tijd? Virologen waarschuwen steeds dringender voor een mogelijke griepepidemie (een pandemie!) vanuit Azië waartegen wij in West-Europa nog geen weerstand hebben opgebouwd. Ze houden rekening mee, dat er duizenden doden zullen vallen. Wat doet zo’n bericht met u? Zegt u: Pluk de dag, want morgen sterven we misschien? Of zegt u: Here, als het uw wil is en ik mag leven, wil ik toch dit en dat gaan doen. Wilt u me duidelijk maken, of dat een goede weg is? We hebben ons leven niet in onze eigen hand, gemeente, maar er is dan ook geen betere reden om het in Gods hand te leggen! *Verkeerd bidden. Bidden met een verkeerd doel, uit een verkeerde bron, met een verkeerde houding. Voor we het weten bidden we verkeerd. Maar wat is dan goed bidden? Ik zou kunnen zeggen: het omgekeerde van wat ik tot nu toe gezegd heb. Maar het zou onbevredigend zijn als ik dát alleen zou zeggen. Gelukkig doet Jacobus dat ook niet. Want hij maakt ook duidelijk wat goed bidden is. Met andere woorden: bidden naar Gods wil. In elk geval noemt hij vier elementen. Het eerste element is: nederigheid. In vers 6 lezen we: ‘God keert zich tegen hoogmoedigen, maar aan nederigen schenkt Hij zijn genade.’ In vers 10 zet Jacobus die waarheid om in een aanwijzing voor het bidden: ‘Verneder u voor de Here, dan zal Hij u verheffen.’ Nederigheid. Wat is dat? Het is: jezelf klein weten maar ook maken voor God en de werkelijkheid om ons heen. Het is: gedachten en ambities die te hoog zijn loslaten of naar beneden bijstellen. Het is: door de knieën gaan – letterlijk, als gebedshouding, maar ook geestelijk, als gesteldheid van je hart. Nederigheid is dus niets anders dan: je afhankelijkheid van God erkennen en je kleinheid in de grote wereld. Ik dacht dat het Augustinus was die heeft gezegd: ‘Er zijn drie belangrijke deugden: nederigheid, nederigheid en nederigheid.’ Het tweede element is: berouw. In vers 9 staat: ‘Beseft uw ellende, treurt en weent. Laat uw lachen veranderen in droefheid en uw vreugde in somberheid.’ Die woorden moeten we natuurlijk wel goed begrijpen. Jacobus is geen zwartkijker, die ons geen blijdschap meer gunt. Wat hij bedoelt is: wees eerlijk over de vele momenten dat je verkeerd hebt gebeden. Wees eerlijk, over je vriendschap met de wereld, die zo vaak vijandschap is tegen God. Wees eerlijk over je hoogmoedige plannen, die je zo vaak zonder God maakte. Wees eerlijk over je egoïsme, je jaloezie en je hebzucht. Wees eerlijk voor God, zie het verdriet in Gods ogen, zodat ook je eigen hart zal breken en je verdrietig wordt over wat er misging. Heb berouw over wat er allemaal in je hart leeft. *Het derde element is: onderwerping aan God en het weerstaan van de duivel. In vers 7 staat: ‘Onderwerp u dus aan God en verzet u tegen de duivel, dan zal die van u wegvluchten’. Onderwerping. Dat is: maak je eigen wil echt ondergeschikt aan die van God. Betrek God van meet af aan bij de plannen die je maakt. Laat je gedachten vullen door zijn gedachten. Wees niet eigenwijs, maar leef van Gods wijsheid. Onderwerp je aan de wijsheid en de plannen van God. En in één adem door zegt Jacobus dan ook: verzet je tegen duivel. Voor Jacobus is het één onlosmakelijk verbonden met het andere. De duivel heeft zijn eigen wijsheid (3:15!), waarmee hij ons probeert te beïnvloeden. De duivel verleidt je, om uit de bronnen van de zelfzucht en de jaloezie te leven (3:16). De duivel is het ook, die de vriendschap met de wereld promoot (4:4), want de wereld is zijn domein. Jacobus zegt: verzet je tegen duivel. Geef hem geen kans. En je hoeft niet te wanhopen, want dit is de belofte: als je je tegen hem verzet door je aan God te onderwerpen, dan zál hij van je wegvluchten. We zijn bepaald niet weerloos aan de duivel overgeleverd, we kunnen hem eenvoudigweg weerstaan. Het vierde element tenslotte is: naderen tot God met reine handen en een zuiver hart. In vers 8 staat: ‘Nader tot God en Hij zal tot u naderen. Reinig uw handen, zondaars; zuiver uw hart, weifelaars.’ Bij deze woorden moeten we denken aan priesters in de tempel van Jeruzalem. Zij mochten naderen tot God, om alles te vragen wat het volk nodig had. God had beloofd, dat Hij op zulke momenten tot hen zou naderen. Een belangrijke voorwaarde voor de priesters was, dat ze zichzelf van te voren reinigden: hun handen, hun kleren en vooral hun hart. Welnu, zoals die priesters mochten naderen, zo mogen wij het ook, vanavond. We mogen naderen tot God, in de zekerheid dat Hij niet liever doet dan ons naderen, wanneer we tenminste niet verkeerd, maar goed bidden. *Ik hoop, dat het duidelijk is geworden wat Jacobus onder goed bidden verstaat. Juist op deze biddag worden we daar even grondig bij stilgezet. Er blijkt heel wat over te zeggen en nog veel meer over te denken. Voor vanavond hoop ik, dat het de manier waarop we God bidden voor gewas en arbeid op alle mogelijke manieren zal bepalen: onze bedoelingen, onze bronnen, onze houding, alles. Laten we zo naderen, met gereinigde handen en een gezuiverd hart. En Hij zal tot ons naderen. Amen |
| < Vorige | Volgende > |
|---|








